Veelgestelde vragen

Filter: Vroegpensioen (11)
Filter
Wat heeft het pensioenakkoord te bieden op vroegpensioengebied?

In het landelijk pensioenakkoord is afgesproken dat de overheid de werkgevers en de vakbonden weer fiscaal gaat ondersteunen bij het financieel mogelijk maken van cao-afspraken over vervroegde uittreding. Als eerste stap op die weg zijn in het pensioenakkoord drie afspraken vastgelegd over mogelijke bouwstenen voor nieuwe structurele vroegpensioenregelingen.

  • Het aantal uren dat werknemers belastingvrij verlof mogen opsparen wordt verdubbeld van 50 naar 100 weken. Wordt deze optie optimaal benut, dan kunnen werknemers ruim twee jaar voor hun AOW-leeftijd stoppen met werken.
  • Er wordt onderzocht op welke manier(en) werknemers na 45 gewerkte jaren aanspraak kunnen krijgen op een AOW-uitkering (‘flexibele AOW’). Dit kan een belangrijke bijdrage zijn aan het financieel mogelijk maken van vervroegde uittreding.
  • Ook wordt uitgezocht in hoeverre het mogelijk is om toeslagen voor bijvoorbeeld onregelmatigheid en overwerk om te zetten in individuele vrijwillige pensioenopbouw.

Deze en andere fiscale bouwstenen voor nieuwe CAO-afspraken over vervroegde uittreding worden de komende tijd op landelijk niveau nader uitgewerkt. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de huidige zestigplussers buiten de boot vallen. Om hen tegemoet te komen is in het pensioenakkoord een extra fiscale maatregel opgenomen, die de werkgevers en de bonden tijdelijk kunnen gebruiken om voor deze groep werknemers een overgangsregeling op vroegpensioengebied af te spreken.

  • Van 2021 tot en met 2025 versoepelt de overheid de fiscale boete van 52 procent op uitkeringen vanwege vervroegde uittreding – de zogenaamde RVU-heffing. In die vijf jaar kunnen werkgevers medewerkers drie jaar maximaal € 19.000 bruto per jaar uitbetalen als inkomen bij vervroegde uittreding zonder de RVU-heffing opgelegd te krijgen. Deze tijdelijke vrijstelling wordt alleen toegekend voor de drie jaar voordat een werknemer de AOW-leeftijd bereikt.
Wat is de aanleiding om te gaan onderhandelen over het vroegpensioen?

In juni 2019 is er een landelijk pensioenakkoord gesloten tussen sociale partners en het kabinet. In de CAO 2018-2020 is daarop voorgesorteerd met de afspraak dat in die situatie werkgever en bonden in overleg treden over de mogelijkheden die het nieuwe pensioenakkoord biedt voor een vroegpensioenregeling voor de politiesector.

Wat is de inzet van de politiebonden bij de onderhandelingen over een nieuwe regeling voor vervroegde uittreding bij de politie?

De politiebonden willen dat de werkgever maximaal gebruik maakt van de nieuwe fiscale mogelijkheden die het pensioenakkoord biedt om binnen de politiesector een regeling voor vervroegde uittreding af te spreken. Praktisch gezien gaat het daarbij vooralsnog om twee belastingmaatregelen: een tijdelijke en een structurele.

Tijdelijke fiscale ruimte
Van 2021 tot en met 2025 versoepelt de overheid de fiscale boete van 52 procent op uitkeringen vanwege vervroegde uittreding – de zogenaamde RVU-heffing. In die vijf jaar kunnen werkgevers medewerkers drie jaar maximaal € 19.000 bruto per jaar uitbetalen als inkomen bij vervroegde uittreding zonder de RVU-heffing opgelegd te krijgen. Deze tijdelijke vrijstelling wordt alleen toegekend voor de drie jaar voordat een werknemer de AOW-leeftijd bereikt

Structurele fiscale ruimte
Het aantal uren dat werknemers belastingvrij verlof mogen opsparen wordt verdubbeld van 50 naar 100 weken. Wordt deze optie optimaal benut, dan kunnen werknemers ruim twee jaar voor hun AOW-leeftijd stoppen met werken.

Klopt het dat in het pensioenakkoord afspraken zijn gemaakt over een automatisch (vroeg)pensioen na 45 jaar werken?

Nee, dat is een misverstand. In het pensioenakkoord is afgesproken dat de overheid en de sociale partners serieus en snel onderzoek gaan (laten) doen naar de mogelijkheden om werknemers aanspraak te geven op een AOW-uitkering na 45 gewerkte jaren. Let op: dit gaat alleen over de aanspraak op het basispensioen van overheidswege, niet over het aanvullende politiepensioen via ABP.

De invoering van zo’n ‘flexibele AOW’ (een langgekoesterde wens van de vakbeweging) zou een interessante bijdrage zijn aan het financieel mogelijk maken van sectorale cao-afspraken over structurele regelingen voor vervroegde uittreding. (Het streven is dat de uitkomsten van het AOW-onderzoek volgend jaar al beschikbaar komen.)

Voor alle duidelijkheid: in het pensioenakkoord van juni 2019 is een dergelijke aanspraak dus niet afgesproken. Bij de onderhandelingen over een (tijdelijke) vroegpensioenregeling voor de politiesector ligt deze optie dan ook niet op tafel. Wellicht verandert dat bij komende cao-onderhandelingen. Op zich zou een flexibele AOW – waarbij recht op AOW ontstaat na bijvoorbeeld 45 jaren in Nederland gewerkt te hebben – een goede aanvulling zijn op afspraken die we binnen de politiesector willen maken.

Op welke tijdelijke regeling voor de jaren 2021 en 2025 zetten de politiebonden in?

De politiebonden willen dat de werkgever de tijdelijke stopzetting van de RVU-boete benut om zoveel mogelijk huidige collega’s boven de zestig extra mogelijkheden te geven om vervroegd te kunnen stoppen met werken. Op basis van het pensioenakkoord is een RVU-vrijstelling afgesproken van maximaal € 19.000 bruto per jaar, uitsluitend tijdens de laatste drie jaar voordat iemand zijn AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en uitsluitend gedurende de jaren 2021 tot en met 2025.

De politiebonden willen dat de werkgever akkoord gaat met een tijdelijke regeling waaronder alle politiemedewerkers vallen – zowel de collega’s in de uitvoering als de ondersteuning. Deze regeling voor de jaren 2021 tot en met 2025 zou voor de komende jaarwisseling rond moeten zijn, zodat de betreffende medewerkers op tijd weten waar ze aan toe zijn.

 

Ik ben zestigplusser en wil binnenkort stoppen met werken. Geldt de regeling waarbij je tot € 19.000 kan meekrijgen voor vroegpensioen ook voor mij?

Dat is momenteel nog niet te zeggen. Eén ding staat vast: de vrijstelling van de RVU-boete die in het pensioenakkoord is afgesproken gaat pas in vanaf 2021. Ook een tijdelijke regeling voor de politiesector zal dus nooit eerder ingaan dan vanaf dat jaar.

Over de invulling van die specifieke regeling voor de politiesector moet nog onderhandeld worden. Uiteindelijk blijft het de vraag hoeveel geld de werkgever op tafel wil leggen om geheel of gedeeltelijk gebruik te maken van de (tijdelijke) belastingvrije ruimte (maximaal € 19.000 bruto, voor maximaal drie jaar). Welke uitkomst daarbij uit de bus komt, is vooralsnog niet te voorspellen.

Er zit dus niets anders op dan de uitkomst van de onderhandelingen af te wachten en – indien mogelijk – je pensioen pas aan te vragen als daarover meer duidelijk is. Beschik je over een levenslooptegoed, dan zou je dat kunnen inzetten om in 2020 alvast te stoppen met werken.
Meer weten over je opties op (vroeg)pensioengebied? Informeer dan vooral bij een van de vele pensioenambassadeurs in het korps of bij je bond.

Gaat de tijdelijke € 19.000-regeling ook gelden voor ondersteunend politiepersoneel?

De bonden willen een tijdelijke € 19.000-regeling voor de politiesector die geldt voor alle collega’s die tussen 2021 en 2025 (maximaal) drie jaar voor hun AOW-gerechtigde leeftijd zitten of komen te zitten. Dat zouden de enige (door het pensioenakkoord voorgeschreven) criteria moeten zijn. De regeling zou dus moeten gelden voor zowel collega’s in de uitvoering als collega’s in de ondersteuning.

De RVU-vrijstelling geldt voor een bedrag van maximaal € 19.000 bruto per jaar. Dat is toch niet genoeg inkomen om te kunnen stoppen met werken?

Nee, daar zal nog een andere inkomensstroom aan toegevoegd moeten worden. Voor politiemensen zou dat kunnen zijn het benutten van hun ABP Keuzepensioen. Dat wil zeggen: het eerder aanspreken van hun pensioenkapitaal. Voor de huidige 60-plussers is dat nog goed te doen zonder dat ze de rest van hun leven met een veel lagere pensioenuitkering te maken krijgen. Dat komt doordat zij in de jaren voor de politieke aanval op het vroegpensioen begon extra ouderdomspensioen hebben opgebouwd.

In 2025 heb ik de drie jaar voor mijn AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt. Welke mogelijkheden zijn er straks voor mij op vroegpensioengebied?

De tijdelijke vrijstelling van de RVU-boete tussen 2021 en 2025 om de huidige zestigplussers meer mogelijkheden voor vervroegde uittreding te bezorgen moet gezien worden als een overgangsmaatregel. In het pensioenakkoord is afgesproken dat de overheid de werkgevers en de bonden daarna op andere manieren fiscaal zal blijven ondersteunen bij het financieel mogelijk maken van cao-afspraken over structurele mogelijkheden voor vervroegde uittreding.

Als eerste stap op die weg staan in het pensioenakkoord drie afspraken over mogelijke bouwstenen voor dat soort regelingen. Zo wordt momenteel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om werknemers na 45 gewerkte jaren aanspraak te geven op een AOW-uitkering (‘flexibele AOW’). De uitkomsten zouden al in 2020 beschikbaar moeten komen. Daarnaast is overeengekomen de hoeveelheid verlof die werknemers belastingvrij bij elkaar kunnen sparen te verdubbelen van 50 naar 100 weken. Ook dat biedt extra ruimte voor cao-afspraken over structurele (sectorale) vroegpensioenregelingen.

Dat soort regelingen zouden moeten ingaan nadat de overgangsmaatregelen zijn uitgewerkt. Dus vanaf 2026. Komt er geen AOW na 45 gewerkte jaren en blijkt het verlofsparen onvoldoende soelaas te bieden, dan zullen de politiebonden zich sterk maken voor een verlenging van de tijdelijke € 19.000-regeling. Ons streven is een eerlijke benutting van de afspraken in het pensioenakkoord biedt voor alle leeftijdscategorieën.

Waarom worden de capaciteitsproblemen van het korps betrokken bij de onderhandelingen over vroegpensioen?

De verwachting is dat het afspreken van een (tijdelijke) vroegpensioenregeling ertoe zal leiden dat de komende jaren veel collega’s tegelijk de dienst verlaten. Daar zit de werkgever niet op te wachten, want met de huidige sterkte is het al problematisch genoeg om alle roosters rond te krijgen. De bonden zijn uiteraard bereid om op dit punt met hem mee te denken, want het wegwerken van dit probleem is ook in het belang van onze leden. Volgens ons is de beste aanpak serieus werk maken van de uitvoering van het herstelplan in de politie-cao 2018/2020 (gericht op het vrijspelen van uitvoerende capaciteit door organisatorische verbeteringen). Ook moet het politieonderwijs slimmer worden ingericht, opdat politiestudenten eerder inzetbaar zijn dan nu het geval is.

Hoe dan ook zullen de bonden niet accepteren dat de capaciteitsproblemen worden opgeworpen als een blokkade voor het benutten van de extra mogelijkheden voor vroegpensioenregelingen in het pensioenakkoord. De onderbezetting is al jaren aan de orde van de dag en kan nu niet ineens als gelegenheidsargument ten nadele van de collega’s worden gebruikt, zeker niet nu het kabinet en ook de minister van Justitie en Veiligheid persoonlijk zich aan het pensioenakkoord hebben gecommitteerd.

Wat gaan de bonden doen als er op 1 januari 2020 geen onderhandelingsresultaat over een (tijdelijke) vroegpensioenregeling bereikt is?

Blijkt er geen schot in de onderhandelingen te zitten en een acceptabel resultaat uit te blijven, dan zullen de bonden deze stagnatie gaan bespreken met hun leden. Ook de noodzaak van acties zal daarbij op tafel worden gelegd.