Veelgestelde vragen

Filter: Rechtspositie (11)
Filter
Wat is CAO-compensatie - en wanneer kan ik die krijgen?

Om de veiligheid en/of gezondheid van een politiemedewerker te beschermen kan een leidinggevende hem de dienstopdracht geven eerder dan het officiële einde van een dienst naar huis te gaan of later aan een volgende dienst te beginnen. In dat geval worden de kwijtgescholden uren beschouwd als gewerkte uren en gewoon van het jaarwerkplan van de medewerker afgetrokken. Deze kwijtschelding wordt CAO-compensatie genoemd.

Met andere woorden: op basis van praktische omstandigheden kan de werkgever besluiten dat het beter is iemand op korte termijn een of meer uren niet te laten werken. De werknemer ondervindt daar dan geen nadeel van: hij krijgt die uren gewoon doorbetaald en ze hoeven niet te worden ingehaald. Deze afspraak is door de werkgever en de bonden vastgelegd in de politie-CAO 2005/2007; vandaar wellicht de wat vage aanduiding CAO-compensatie.

Werk- en rusttijden LAR
Uiteraard moet een leidinggevende bij het nemen van beslissingen over het laten doorwerken van collega’s na een onvoorziene inzet in bijvoorbeeld de nachturen ook rekening houden met de afspraken tussen de werkgever en de bonden in de Landelijke Arbeidstijdenregeling voor de politie. In deze LAR staan onder andere duidelijke voorschriften over het minimumaantal rusturen waar een politieambtenaar per etmaal (24 uur) en per week recht op heeft. Die normen moeten door leidinggevenden gerespecteerd worden. Het is dus niet de bedoeling dat een leidinggevende de voorschriften in de LAR aan zijn laars lapt (collega’s veel te lang laat doorwerken) omdat hij een rooster niet rond krijgt en daarvoor als rechtvaardiging aanvoert dat het zijn goed recht is om wel of niet CAO-compensatie toe te kennen.

Overtredingen van de LAR zijn binnen de politie zoals bekend schering en inslag. Daartegen in verzet komen om je eigen gezondheid te beschermen is uiteraard verstandig en de NPB zal je daarin steunen. Maar de LAR en de Arbeidstijdenwet bieden daarvoor betere aanknopingspunten dan het recht op CAO-compensatie. Dat bestaat in feite niet. Er is geen lijst beschikbaar van situaties waarin een leidinggevende verplicht is een medewerker eerder naar huis te sturen of later met een volgende dienst te laten beginnen. Zonder uitdrukkelijke toestemming van je chef op eigen initiatief een paar ‘compensatie-uurtjes’ opnemen is dan ook niet zonder risico’s.

Voorbeeld A
Wanneer is het aannemelijk dat een leidinggevende CAO-compensatie toekent? Bijvoorbeeld als een medewerker ’s nacht heeft overgewerkt of is opgeroepen uit piket en zijn volgende dienst gepland staat om 7.00 uur ’s morgens. In dat geval kan een chef besluiten dat het voor iedereen beter is als de collega de nodige rust neemt en wat later begint dan 7.00 uur.

In zo’n geval komen de kwijtgescholden uren niet voor eigen rekening. Maar nogmaals: een chef kan ook tot een ander besluit komen en dan is dat jammer maar helaas. LET OP: in geen geval kan het eerder naar huis gaan worden verrekend met de overuren die eerder die nacht zijn gemaakt. Voor de verrekening daarvan geldt een ander regime.

Voorbeeld B
Ander voorbeeld: een medewerker staat gepland voor een ME-dienst op zondag van 8.00 tot 20.00 uur om toezicht te houden bij een demonstratie. Om 15.00 uur blijkt er geen publiek meer aanwezig te zijn en is er eigenlijk geen werk meer te doen. Er zijn leidinggevenden die je dan vriendelijk doch dwingend aansporen voor de resterende tijd overuren op te nemen, maar die opdracht kun je rustig negeren. Een chef heeft in de genoemde situatie twee opties: of hij zoekt voor jou vervangende werkzaamheden of hij stuurt je naar huis. In dat laatste geval krijg je vijf uur CAO-compensatie (van 15.00 tot 20.00 uur).

Voorbeeld C
Op de werkvloer bestaat veel onduidelijkheid over het fenomeen CAO-compensatie, mede doordat leidinggevenden er nogal verschillend mee omgaan. Onlangs kwam bij de NPB bijvoorbeeld dat melding binnen dat een collega tijdens een piketdienst ’s nachts om vier uur was opgetrommeld en vervolgens tot 13:00 uur aan het werk was geweest. Zijn ingeplande rooster die dag was van 7:30 tot 17:00 uur. Zijn leidinggevende meldde vervolgens dat er wat hem betreft sprake was geweest van een verschoven dienst; de geplande dagdienst van de collega was in feite 3,5 uur eerder begonnen. Dat gaf hem dus extra recht op een verschuivingstoelage, maar niet op CAO-compensatie.

De collega in kwestie was het daar niet mee eens en terecht: als je tijdens een piketdienst wordt ingeschakeld gelden die extra uren als overuren. Hij had dus voorafgaande aan zijn geplande dagdienst 3,5 overuur gemaakt. Als zijn leidinggevende hem vervolgens om 13:00 uur naar huis stuurde omdat hij er al negen uur achter elkaar op had zitten, zou hij de resterende vier uur van zijn dagdienst als CAO-compensatie toegekend moeten krijgen – met behoud van zijn 3,5 overuur in de nacht. Die uren zouden ten onrechte niet als overuren worden erkend door zijn inzet in de nacht af te doen als een naar voren getrokken dagdienst.

Wanneer maak ik overuren – en wat staat daar tegenover?

Overuren zijn door omstandigheden extra gewerkte uren bovenop het vermelde aantal uren in je rooster. Kenmerkend voor overuren is dat ze niet van tevoren waren ingepland.

Een politieambtenaar moet na het verrichten van overwerk door de werkgever in staat worden gesteld de extra gewerkte uren te compenseren door verlof op te nemen – en wel in dezelfde periode of in de eerste twee periodes daarna. Gebeurt dat niet, dan worden de overuren uitbetaald, tenzij in overleg een andere periode wordt afgesproken waarin de overuren als verlof worden opgenomen.

Een uur overwerk geeft een politieambtenaar aanspraak op een half uur extra verlof of een toeslag op zijn (extra) uurloon van zes euro.

Bij een voltijdsaanstelling van 36 uur mogen op jaarbasis maximaal 240 overuren worden opgedragen. In bijzondere gevallen kan hiervan voor bepaalde groepen medewerkers worden afgeweken als de Ondernemingsraad daarmee instemt. Alle overuren boven het maximum worden automatisch uitbetaald.

LET OP: Het is de werkgever niet toegestaan gemaakte overuren meteen in de eerstvolgende dienst te laten opnemen. Als een medewerker bijvoorbeeld de hele nacht heeft gewerkt na een oproep tijdens een piketdienst en hij krijgt van zijn leidinggevende de opdracht later aan een geplande dagdienst te beginnen, dan komen deze niet-gewerkte uren volledig voor rekening van de werkgever. Deze kwijtschelding (uit gezondheids- en/of veiligheidsoverwegingen) wordt ‘CAO-compensatie’ genoemd. Het is niet de bedoeling dat deze extra rusturen in mindering worden gebracht op de overwerkaanspraken van de medewerker.

Wat zijn meeruren - en wat leveren die me op?

Naast overuren kennen we ook meeruren. Meeruren zijn de uren die je in een kalenderjaar door extra inroostering meer hebt gewerkt dan je op basis van je aanstelling verplicht bent.

Kenmerkend voor deze uren is dus dat ze – in tegenstelling tot overuren – wel vooraf zijn ingepland. De eindstand van BVCM-periode 13 laat zien of het jaarwerkplan in jouw geval op nul is uitgekomen of dat er sprake is van minderuren of meeruren.

Voor de vergoeding van meeruren bestaat een aparte regeling, genaamd Regeling te veel en te weinig gewerkte uren politie. Heb je aan het eind van het jaar meer dan negen meeruren staan, dan moet de werkgever het aantal meeruren boven de negen uitbetalen alsof het overuren zijn (= je reguliere uurloon plus de overwerktoeslag van € 6 per uur).

Over de eerste negen meeruren krijg je bij uitbetaling in geld gewoon je reguliere uurloon. Daar staat tegenover dat je er ook voor kunt kiezen deze uren op een gegeven (later) moment te laten uitbetalen in de vorm van extra verlof (half uur per meeruur).

Minderuren zijn uren die je in de loop van een jaar te weinig hebt gewerkt doordat je niet vaak of lang genoeg bent ingeroosterd. Van deze minderuren mag de werkgever aan het eind van een kalenderjaar maximaal negen uur toevoegen aan je aantal te werken uren in het volgende kalenderjaar. Heb je in een jaar meer dan negen uur te weinig gewerkt, dan komen die dus voor rekening van de werkgever en zijn nonchalante inroostering.

Wat staat er in het Besluit algemene rechtspositie (Barp)?

In het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) vind je de afspraken tussen de werkgever en de bonden over de soorten aanstelling bij de politie, werk- en rusttijden, het opnemen van verlof, wat te doen bij ziekte, in welke gevallen er sprake is van plichtsverzuim en welke straffen dan kunnen worden opgelegd, in welke gevallen de werkgever een politieambtenaar buiten functie mag stellen en/of schorsen en de verschillende soorten ontslag die mogelijk zijn. 

Let op: niet alle bepalingen in dit besluit zijn op politiestudenten van toepassing. Artikel 100 bevat een opsomming van de bepalingen die niet voor aspiranten gelden.

Klik hier voor de meest actuele versie van het Barp.

Wat staat er in het Besluit bezoldiging politie (Bbp)?

In het Besluit bezoldiging politie (Bbp) staan de afspraken over het salaris en de mogelijke vergoedingen, zoals de toelage voor overwerk, voor het draaien van onregelmatige diensten en voor het waarnemen van een hoger gewaardeerde functie.

Klik hier voor de meest actuele versie van het Bbp.

Wat zijn OVW-punten?

In 2011 besloot de werkgever het aantal functies binnen de politiesector drastisch op te schonen door de invoering van een nieuw Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie. Dit LFNP ging bestaan uit slechts 92 functies met een duidelijk vastgelegde functiewaardering.

Op aandringen van de bonden was in de politie-CAO 2008/2010 afgesproken dat in de nieuwe functiewaardering ook rekening zou worden gehouden met tien verzwarende elementen van het politiewerk die voorheen altijd ondergewaardeerd waren geweest. Daaronder vielen het omgaan met geweld, criminele druk en onregelmatigheid, maar ook bijvoorbeeld het dragen van speciale verantwoordelijkheden.

Aan de functies binnen het LFNP zijn voor elk van deze zogenaamde onvermijdelijk verzwarende werkomstandigheden (OVW) punten toegekend. Afhankelijk van de inhoud van een functie kan het totaal aantal toegekende OVW-punten uiteenlopen van 0 tot 64.

Wat zijn OVW-periodieken?

In de politie-CAO 2012/2014 zijn twee afspraken opgenomen over LFNP-functies met in totaal 24 of meer OVW-punten. Ten eerste werd afgesproken zo’n functie te bestempelen als een ‘frontliniefunctie’. Ten tweede werd afgesproken dat collega’s die zo’n functie vervullen na het bereiken van hun schaalmaximum recht krijgen op uitloopperiodieken in de naast-hogere schaal. Dat wil zeggen: hun salaris blijft dan nog een aantal jaren doorgroeien tot aan het maximumbedrag in de schaal boven hun officiële functieschaal.

Voorbeeld: een collega met een functie in schaal 7 krijgt een jaar na het bereiken van zijn laatste periodiek in schaal 7 een uitloopperiodiek in schaal 8 – en het jaar daarop opnieuw, net zolang tot hij het maximumbedrag in schaal 8 heeft bereikt.

LET OP: Voorwaarde voor de toekenning van OVW-periodieken is dat je betaald wordt naar de schaal die bij je (LFNP-)functie hoort. Ontvang je al een salaris op basis van een hogere schaal - bijvoorbeeld door een persoonlijke afspraak met een voormalig regiokorps - dan heb je geen recht op extra periodieken.

LET OP: De toekenning van OVW-periodieken leidt niet tot een officiële plaatsing in een hogere schaal. Iemand met een functie in schaal 7 blijft volgens zijn salarisstrook dus geplaatst in schaal 7, ook na de toekenning van OVW-periodieken (uitloopperiodieken) in schaal 8.

Hogere OVW-rechten bij waarnemen hogere functie?

Bij de vaststelling van je aanspraak op OVW-periodieken is je formele (LFNP-)functie bepalend. Waarneming is per definitie tijdelijk en je formele functie wordt daarbij niet gewijzigd. Politiemedewerkers die een hoger gewaardeerde functie waarnemen krijgen daardoor recht op een waarnemingstoelage, maar niet op OVW-periodieken op basis van de waargenomen functie. Die aanspraak ontstaat pas nadat ze bevorderd zijn en dus een nieuwe formele functie hebben gekregen.

Genoeg OVW-punten maar toch geen OVW-periodieken?

Afgesproken is dat drie groepen medewerkers uitgesloten zijn van het recht op OVW-periodieken.
> Politiemedewerkers in schaal 15 en hoger (de politietop);
> Leidinggevenden aan teams met zuiver ondersteunende taken;
> Medewerkers die bij de invoering van het OVW-beleid dankzij een persoonlijke regeling met de leiding van hun voormalige regiokorps al een schaal hoger betaald werden dan de schaal van hun formele functie. Stel dat een collega met een persoonlijke garantie op schaal 8 bij de invoering van het nieuwe functiegebouw een LFNP-functie met 24 of meer OVW-punten in schaal 7 krijgt toegekend. Dat zou hem normaliter recht geven op uitloopperiodieken in schaal 8. Maar hij wordt al jaren betaald in die schaal en zit waarschijnlijk ook al op de hoogste trede. Bij de invoering van het OVW-beleid krijgt hij dan geen uitloopperiodieken in schaal 9 toegekend. Dat zou namelijk betekenen dat zijn salaris doorgroeit in een tweede schaal boven zijn formele functieniveau. 

Worden OVW-periodieken tot het brutosalaris gerekend?

Ja, OVW-periodieken worden tot het brutosalaris gerekend, net als een gewone periodiek en anders dan bijvoorbeeld de operationele toelage.

Dat is niet zonder gevolg voor de medewerkers die gebruik maken van de Regeling Partiële Uittreding (RPU) – de mogelijkheid voor collega's van 55 jaar en ouder om minder uren te gaan werken en over die uren toch de helft van hun salaris uitbetaald te krijgen. Die leveren voor hun extra vrije uren dus ook een evenredig deel van hun OVW-periodieken in.

Kun je terugkomen op een ingediende ontslagaanvraag?

Ja, zolang je van het bevoegd gezag nog geen ontslagbesluit hebt ontvangen kun je zo'n verzoek zelf ook weer intrekken. Het ontslag gaat dan sowieso niet door op basis van jouw aanvraag.