24 november 2022

Politiepensioenen flink verhoogd vanaf 2023

ABP verhoogt met ingang van 1 januari zijn pensioenen met 12 procent. Daarmee corrigeert het pensioenfonds de prijsstijgingen (het koopkrachtverlies) tussen september 2021 en september 2022. Sinds afgelopen zomer zijn de wettelijke mogelijkheden voor inflatiecorrectie door de pensioenfondsen verruimd. ABP maakt daar nu opnieuw gebruik van, na de eerdere verhoging met 2,39 procent vanaf 1 juli 2022.

De verruiming is een direct gevolg van het pensioenakkoord uit 2019. Wel moest de FNV – de grootste vakcentrale van Nederland, waarbij ook de NPB is aangesloten – de regering overhalen om de versoepeling al dit jaar te laten ingaan. Het kabinet wilde daar aanvankelijk mee wachten tot de Tweede Kamer met de Wet toekomst pensioen (WTP) heeft ingestemd.

Minder hoge dekkingsgraad vereist
De FNV heeft dat pleit gewonnen: door een wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen hebben de pensioenfondsen al sinds 1 juli meer wettelijke ruimte om de pensioenen te verhogen. Concreet kunnen ze daartoe overgaan als hun gemiddelde dekkingsgraad over de afgelopen twaalf maanden hoger is dan 105 procent. Tot 1 juli 2022 was daarvoor een gemiddelde dekkingsgraad van 110 procent vereist.

Hoger percentage mogelijk
Een tweede verbetering is dat de verhoging (indexatie) hoger mag zijn dan onder de oude regels. Er is nog wel een maximum: de pensioenen mogen percentueel niet meer stijgen dan de prijs- of loonindex over het afgelopen jaar (in dit geval 2022). In november bereikte de inflatie een ongekend hoogtepunt van bijna 12 twaalf procent, dus dat bood de nodige beleidsruimte. 

Inflatiecorrectie ABP
Het pensioenfonds voor politiemedewerkers is ABP. Vandaag maakte dat fonds bekend dat zijn dekkingsgraad eind oktober 118,1 procent was. Volgens de nieuwe norm is ABP financieel dus gezond genoeg om de uitkeringen vanaf 1 januari te mogen verhogen. Het bestuur had besloten deze mogelijkheid royaal te benutten door vanaf die datum een verhoging van 11,96 procent door te voeren.  

Goed nieuws voor alle gepensioneerde collega’s die hun maandelijkse inkomen vanaf 2023 flink zien stijgen. Maar ook voor de deelnemers die nog in actieve dienst zijn: ook voor hun toekomstig pensioen betekent deze indexatie een welkome investering in koopkrachtbehoud. 

AOW ook tien procent omhoog
Voor gepensioneerden is dit niet de enige meevaller. Vanaf januari stijgen ook de AOW-uitkeringen met 10,15 procent vanwege de gehandhaafde koppeling aan de waardestijging van het minimumloon vanaf die datum. Een verbetering die niet los te zien is van de inspanningen van de FNV om het minimumloon zo snel mogelijk verhoogd te krijgen (wat de FNV betreft naar € 14 per uur) en de AOW-uitkeringen dan telkens in dezelfde mate op te waarderen (anders dan het kabinet Rutte IV aanvankelijk van plan was). 

NPB-pensioenbewaker
Collega Jorieke de Mol van Otterloo is sinds mei van dit jaar namens de NPB lid van het zogenaamde Verantwoordingsorgaan (VO) van pensioenfonds ABP. Een groep van 32 door de deelnemers gekozen toezichthouders, die het ABP-bestuur adviseren en van kritische noten voorzien. Zij is blij met de indexatie, die volgens haar zorgvuldig is afgewogen. 

‘Het VO heeft op donderdag 24 november een positief advies gegeven over deze verhoging en onze fractie (die van de ACOP/FNV) steunt dat advies volledig. Aan de ene kant delen we de ambitie van het bestuur om een bijdrage te leveren aan het koopkrachtbehoud van de huidige gepensioneerden. Aan de andere kant wilden we zorgvuldig inschatten wat deze maatregel mogelijk voor gevolgen zou hebben voor toekomstige generaties. Hoewel we ons zorgen maken over het hoge vermogensverlies bij het ABP in 2022, is onze inschatting dat deze indexatie er niet toe zal leiden dat het fonds in de toekomst onvoldoende buffers zal hebben om elke generatie voldoende zekerheid te bieden over een goed pensioen. En uiteraard geldt deze verhoging ook voor de uitkeringen aan die toekomstige gepensioneerden.’ 

------------------------

Hoe zat het ook alweer?
De dekkingsgraad geeft aan hoe ‘financieel gezond’ een pensioenfonds is. Het is de verhouding tussen de bezittingen (het vermogen) van een fonds en de pensioenverplichtingen: alle nu en in de toekomst uit te keren pensioenen. Een dekkingsgraad van 100 procent betekent dat er voor iedere euro die het fonds moet betalen precies één euro in kas is. Is de dekkingsgraad lager, bijvoorbeeld 90 procent, dan is er voor iedere euro die betaald moet worden maar 90 eurocent. Is het bijvoorbeeld 110 procent, dan is er voor iedere euro die betaald moet worden 1,10 euro in kas. De dekkingsraad fluctueert, wordt maandelijks vastgesteld en is sterk afhankelijk van de rentestand.

Meer over:
Pensioen