17 februari 2017

PDC-verhuizingen en reiskostenregelingen

Geeft de verhuizing van je oude werkplek naar een PDC-locatie recht op een extra vergoeding van de reiskosten? Dat was een van de eerste vragen die binnenkwamen bij het digitale NPB-meldpunt PDC-problemen. Het antwoord: Ja, volgens de NPB is dat altijd het geval en moet de werkgever zorgen voor het tijdig activeren van de zogenaamde LSS-tegel in YouForce.

In veel gevallen stond de verhuizing van de werkplek naar Zwolle, Rotterdam of Eindhoven al vermeld in het plaatsingsbesluit dat PDC-medewerkers in juni 2016 ontvingen. Daardoor kregen deze collega’s automatisch aanspraak op de extra reiskostenvergoeding die geregeld is in het Landelijk Sociaal Statuut, het met de bonden afgesproken minimale sociale plan bij personele reorganisaties binnen de politie.

Verplaatsing van een team of afdeling
Er zijn echter ook collega’s bij wie in het plaatsingsbesluit nog geen nieuwe werkplek op een PDC-locatie vermeld stond. In hun geval is de verhuizing van de werkplek de afgelopen tijd pas officieel duidelijk geworden. Er is dan sprake van een nieuwe verplaatsing van een geheel team of afdeling. Ook zo’n verhuizing levert extra rechten op, die zijn vastgelegd in lid 5 van artikel 55i van het Besluit algemene rechtspostie politie (Barp).

De letterlijke tekst daarvan luidt als volgt: ‘Indien geen sprake is van een reorganisatie, maar wel van een wijziging van de plaats van tewerkstelling waardoor een geheel team of een gehele afdeling een andere plaats van tewerkstelling krijgt, worden bij ministeriële regeling aangegeven extra reiskosten beschikbaar gesteld.’

Recht op de LSS-vergoeding
De ministeriële regeling waarnaar het Barp verwijst is het Landelijk Sociaal Statuut. In artikel 18 van dat LSS vind je de hoogte van de vergoeding (45 cent voor elke extra kilometer), met een afbouw in vijf jaar (100, 80, 60, 40, 20 procent). Voor het daadwerkelijk kunnen declareren van de vergoeding is het nodig dat de leiding tijdig de LSS-tegel in YouForce activeert. Als dat niet gebeurt, kun je alleen de standaardvergoeding van woon/werkverkeer of dienstreizen declareren.

Bezwaarprocedures
Heb je nog geen nieuw plaatsingsbesluit ontvangen voor je nieuwe PDC-locatie, maar moet je daar al wel werken? Dan heb je officieel recht op een dienstreisvergoeding. Wordt deze declaratie afgewezen, dan is dat een voor bezwaar vatbaar besluit waartegen je binnen zes weken een bezwaarschrift kunt indienen.

Heb je wel een nieuw plaatsingsbesluit ontvangen, dan geldt de standaard woon-werkverkeervergoeding en de extra vergoeding op grond van artikel 55i van het Barp. Is de LSS-tegel ten onrechte niet geactiveerd, dan is de eerste salarisstrook – zonder de extra vergoeding – een voor bezwaar vatbaar besluit.

‘Je wist toch dat we naar Zwolle gingen?’
Sommige collega’s zijn in 2016 geplaatst in bijvoorbeeld Apeldoorn, maar hadden bij de sollicitatie wel te horen gekregen dat de afdeling op termijn naar Zwolle zou gaan. Verandert dat nog iets in het recht op vergoeding? In de onderhavige casus niet: de collega’s hebben een plaats van tewerkstelling in Apeldoorn die nu wijzigt in Zwolle. Dat geldt voor de hele groep en dus is artikel 55i van het Barp van toepassing.

De NPB dringt bij de werkgever aan op een juiste uitvoering van de afspraken. Er vindt ook informeel overleg plaats om onnodige bezwaarprocedures te voorkomen. Mocht zo’n procedure toch nodig zijn, dan kunnen de NPB-leden hun bezwaarschrift laten verzorgen door de juridische dienst van de NPB. Stuur dan alle relevante info naar [email protected]. 

---------------------------------------

We willen graag van zoveel mogelijk PDC-collega’s horen hoe het gaat en uiteraard ook waar de NPB kan helpen problemen op te lossen. Die informatie komen we overigens niet alleen persoonlijk ophalen; je kunt die ook op elk moment digitaal toesturen naar het digitale NPB-meldpunt PDC-problemen via [email protected].

Meer over:
Reorganisatie