23 november 2021

NPB: ‘Kabinet is de politie echt aan het ruïneren’

Het nationale politiekorps dreigt over een paar jaar voor een groot deel uit slecht opgeleide, onervaren agenten te bestaan. De kwaliteit van de politie komt daarmee in gevaar, waarschuwt NPB-eenheidsbestuurder Leen Spoor vandaag in Het Parool.

De politiebond slaat alarm omdat personeelstekorten bij de politie ‘drastischer zijn dan ooit’ en de kwaliteit van het politiekorps gevaar loopt door de grote toestroom van onervaren jonge aanwas. ‘Het kabinet heeft veel te laat de geldkraan opengezet om te investeren in nieuw personeel,’ aldus Spoor.

De politie staat de komende jaren voor een grote opgave. Door de vergrijzing gaan zo’n 11.000 agenten en rechercheurs met pensioen. Er moeten dus nieuwe agenten bijkomen en méér dan 11.000, want het kabinet beloofde dat vanaf 2024 het politiekorps uit 52.000 fulltime agenten moet bestaan – ongeveer tweeduizend man meer dan nu.

Die nieuwe agenten worden nu met stoom en kokend water geworven en opgeleid. Maar, zegt Spoor, daarbij zijn een aantal problemen. De selectie- en sollicitatieprocedure is grotendeels digitaal en het huisbezoek dat voorheen deel uitmaakte van de screening is geschrapt. Sinds vorig jaar krijgen de aspiranten een verkorte basisopleiding (die ging van 3 naar 2 jaar) en zijn de lessen grotendeels online – mede door corona.

Digitaal onderwijs
Demissionair minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid stelde dat de kortere opleiding niet ‘ten koste van de kwaliteit’ zou gaan. Spoor betwijfelt dat. ‘Digitaal onderwijs functioneert alleen als aanvulling op onderwijs waar de docent nog met regelmaat voor de klas staat.’

Volgens SP-Kamerlid Michiel van Nispen kan minister Grapperhaus zijn belofte voor extra capaciteit in 2024 niet waarmaken. ‘Het zou de minister sieren als hij dat toegeeft.’ Hij gaat de bewindsman woensdag bij de behandeling van de justitiebegroting om opheldering vragen.

Ook vermoedt Van Nispen dat de kwaliteit van de agentenopleiding te wensen overlaat, omdat er nauwelijks onderwijs in de klas wordt gegeven. ‘Een agent komt zo niet tot de basisvaardigheden. Als het korps over vijf jaar voor een derde uit nieuwe, onervaren en slechtopgeleide agenten bestaat, hebben we een groot probleem.’

Agenten merken nu al ‘bijna dagelijks’ dat het niveau van student-agenten achteruit gaat, stelt een brigadier uit Noord-Holland. Hij wil, net als zijn andere collega’s in dit verhaal, anoniem blijven. Hij ziet dat agenten die net van de academie komen niet altijd weten wat ze moeten doen bij huiselijk geweld of een complexe aanrijding. ‘Die eerste momenten zijn cruciaal om sporen goed veilig te stellen. En dat moet je meteen goed doen, anders gaat er bewijs verloren.’

Loyaliteit
De vrees is, zegt hij, dat het proces-verbaal van zo’n verwijtbaar ongeval dan niet goed is, bij het Openbaar Ministerie terechtkomt en dan wordt geseponeerd. De verdachte wordt dan niet vervolgd. ‘Dan is al het onderzoek voor niks geweest.’ Nu, zegt een hoofdagent uit Amsterdam, worden dergelijke ‘beginnersfouten’ uit ‘loyaliteit’ door meer ervaren collega’s opgevangen voordat het misgaat. ‘Maar het houdt een keer op.’

Volgens Grapperhaus moeten de agenten het vak meer ‘on the job’ leren. Maar, zegt NPB-eenheidsbestuurder Leen Spoor [FOTO], de studentenbegeleiders worden in de praktijk uit de operationele sterkte gehaald. ‘Daar wordt al zoveel roofbouw gepleegd op de collega’s.’

Hij vreest dat een student niet voldoende tijd heeft om het vak goed eigen te maken doordat hij of zij meteen als volwaardig agent wordt ingezet op straat. Voor de lange termijn heeft Spoor zorgen over de mentale weerbaarheid van deze vaak jonge agenten. ‘We wisten 10 jaar terug al dat deze pensioengolf eraan kwam, waarom is daar niet eerder op geacteerd door politiek Den Haag? Het kabinet is de politie echt aan het ruïneren.’

Wijkagenten worden in politiek Den Haag gezien als cruciaal in de politieketen, als ‘ogen en oren’ in de wijk. Maar een wijkagent uit Rotterdam is uit de wijk gehaald om vanwege capaciteitsproblemen vooral op de noodhulp te werken – de auto’s die gaan rijden als er een 112-telefoontje binnenkomt – en begeleidt dan ook studenten. Ze weet zeker dat ze niet de enige is. ‘Ik ben ook 100 procent wijkagent, maar ik kom er niet aan toe. Heel eerlijk? Ik heb geen idee wat er nu in mijn wijk speelt.’

Toen zij zelf nog agent-in-opleiding was, ging het anders: student-agenten reden in een ‘extra’ politieauto naar oproepen om het werk zo – eerst van een afstandje – te leren. Nu rijden twee student-agenten soms samen op één auto vanwege capaciteitsproblemen.

Heftige melding
Volgens de hoofdagent kan dat ook schadelijk zijn voor de jonge agenten zelf. ‘Als er dan een heftige melding is, een treinongeval waarbij iemand door midden is gereden bijvoorbeeld, is er niemand die tegen zo’n beginnend agent zegt ‘hee, sla deze maar even over’. Dan kunnen ze ook ziek uitvallen.’

Volgens bestuurder Spoor treft de Politieacademie zelf geen blaam. ‘Met veel passie en inzet proberen zij de grote hordes studenten op te leiden tot vakbekwame politiemensen. Maar ze moeten roeien met de riemen die ze hebben. Het ontbreekt hen vaak aan mankracht en faciliteiten. Dit is het gevolg van jarenlang politiek wanbeleid.’

De docenten hebben het druk door de extreem hoge instroom van nieuwe politiestudenten. ‘Voorheen waren er externe examinatoren, maar nu moeten docenten zelf examens afnemen waar heel veel tijd in gaat zitten,’ zegt Spoor, die regelmatig in overleg is met de docenten op de Politieacademie.

‘Het is lastig om vacatures intern vervuld te krijgen omdat het salaris voor docenten behoorlijk mager is: een hoofdagent met onregelmatige diensten verdient tegenwoordig meer dan een docent.’ Ook blijft het salaris van docenten op de Politieacademie achter op dat van hun collega’s op hogescholen. Dat is, vindt hij, bepaald geen stimulans om docent te worden. ‘Terwijl de Politieacademie de komende jaren voor een ongekende megaklus staat.’