22 december 2016

Hoogste rechter: AOW-beleid zorgvuldig genoeg

Het juridisch aanvechten van het AOW-gat via individuele procedures bij de bestuursrechter is in de meeste gevallen niet zinvol. Dat is in 2016 duidelijk geworden door de uitspraken die de Centrale Raad van Beroep – de hoogste rechter in ambtenarenzaken – in acht proefprocessen heeft gedaan.

In het juridische gevecht tegen het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd heeft de NPB zijn leden vanaf 2012 geadviseerd individueel een bezwaarschrift in te dienen zodra ze door de Sociale Verzekeringsbank officieel werden geïnformeerd over de nieuwe startdatum van hun AOW-uitkering. Met de SVB werden afspraken gemaakt over het aanhouden van de bezwaren en het selecteren van enkele zaken voor proefprocessen bij de rechter. Op die manier waren de rechten van de leden veiliggesteld.

Uitspraken in hoger beroep
In 2016 bereikten in die proefprocessen acht AOW-besluiten het hoogste stadium van juridische beoordeling: de Centrale Raad van Beroep. Die bleek het met de NPB eens dat een opgebouwd recht op een AOW-uitkering vanaf 65 jaar een eigendomsrecht is. Dat betekent praktisch gesproken dat de overheid daarop alleen inbreuk mag maken als er grote maatschappelijke en financiële belangen op het spel staan.

De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het kabinet Rutte II heeft aangevoerd dat het verhogen van de AOW-leeftijd noodzakelijk was om de AOW voor toekomstige generaties veilig te stellen. Naar zijn oordeel is daarbij een behoorlijk evenwicht gevonden tussen het algemene belang van de samenleving en de individuele belangen van pensioengerechtigden, mede door een overbruggingsregeling voor burgers met weinig inkomen en vermogen.

Onevenredig zware last
Dit wil niet zeggen dat de inbreuk op het eigendomsrecht niet alsnog onrechtmatig kan zijn. Maar dan moet er voor een burger wel sprake zijn van een ‘onevenredig zware last’. Dat kan alleen maar per geval worden bepaald, aldus de CRvB, op basis van een individuele toets. De Raad voegt eraan toe dat er niet automatisch sprake is van een onevenredig zware last als iemand geen recht heeft op de door het kabinet beschikbaar gestelde overbruggingsuitkering en/of zijn AOW-gat moet opvullen door het aanspreken van zijn spaargeld.

Bezwaar met kans van slagen
Gezien de uitspraken van de CRvB heeft de NPB zijn advies over het indienen van een bezwaarschrift tegen het AOW-besluit van de SVB herzien. Het is nu duidelijk dat het starten van zo’n procedure alleen zinvol is als je aannemelijk kunt maken dat je door het verschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd in hele grote financiële problemen komt en alles hebt gedaan om andere inkomsten te verwerven. Afgaande op zijn eerste acht uitspraken zal de Raad de lat daarbij vrij hoog leggen.

Een alternatief voor het indienen van een bezwaarschrift tegen het ontvangen AOW-besluit is zes maanden vóór het bereiken van de AOW-leeftijd een aanvraag bij de SVB indienen om de AOW-uitkering bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd toe te kennen. Ook dan geldt echter dat je moet kunnen aantonen dat je door het AOW-gat ernstig gedupeerd wordt.

Wat nu als je al bezwaar hebt gemaakt? In dat geval zal de SVB vermoedelijk contact met je opnemen om te vragen of je het bezwaar wilt handhaven. Wanneer je besluit door te gaan met het bezwaar, is het verstandig de SVB te voorzien van informatie waaruit blijkt dat je zwaar getroffen wordt.

Meer weten? Neem gerust contact op met onze afdeling Individuele belangenbehartiging: (0348) 707 433 of [email protected]!

Meer over:
Pensioen