29 juli 2019

Overleg politie en pensioenakkoord

Op woensdag 31 juli komen de politiebonden en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid bij elkaar voor een eerste verkenning van de mogelijkheden die het in juni gesloten pensioenakkoord biedt voor nieuwe afspraken over eerder stoppen met werken binnen de politiesector.

De politie-CAO 2018/2020 (van 1 november 2018) bevat daarover een duidelijke afspraak. Mocht een pensioenakkoord leiden tot nieuwe politieke en financiële ruimte voor afspraken over eerder stoppen met werken, dan zouden de werkgever en de bonden de CAO-onderhandelingen op dat punt hervatten. Direct na het sluiten van het pensioenakkoord hebben de politiebonden de minister aangesproken op deze CAO-afspraak. De minister heeft gehoor gegeven aan deze oproep door de bonden uit te nodigen voor een overleg komende woensdag.

Het pensioenakkoord biedt meerdere mogelijkheden om werknemers in zware beroepen eerder te laten stoppen met werken. Aangezien het kabinet het pensioenakkoord mede heeft ondertekend, verwachten de politiebonden dat met minister Grapperhaus afspraken te maken zijn voor de politie. Woensdag zal duidelijk worden welk tijdpad beide partijen voor ogen hebben voor een nadere uitwerking.

Maatregelen uit het akkoord
Aan de binnengekomen vragen van leden merkt de NPB dat niet voor iedereen duidelijk is welke onderdelen van het akkoord op korte en langere termijn relevant zijn als het gaat om eerder kunnen stoppen met werken. Hieronder zetten we de gemaakte afspraken nog een keer op een rij in volgorde van toepasbaarheid.

Aftopping stijging AOW-leeftijd

  • In 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en vier maanden.
  • In 2022 stijgt de AOW-leeftijd naar 66 jaar en zeven maanden en in 2023 naar 66 jaar en tien maanden.
  • Vanaf 2024 wordt de AOW-leeftijd 67 jaar.
  • Vanaf 2025 stijgt zij mee met de levensverwachting, maar niet langer één op één (zoals tot op heden het voornemen was). Dankzij het pensioenakkoord leidt een jaar langer leven voortaan tot een stijging van de AOW-leeftijd met acht in plaats van twaalf maanden.

Het minder snel stijgen van de AOW-leeftijd zorgt ervoor dat collega's die binnenkort met pensioen gaan te maken krijgen met een minder groot AOW-gat. Daardoor hoeven ze minder eigen pensioengeld in te zetten om dit gat te overbruggen. Dat betekent praktisch dat ze vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd levenslang een hoger pensioenbedrag ontvangen of kunnen besluiten door gebruik te maken van het ABP Keuzepensioen een paar maanden eerder met pensioen te gaan. Inmiddels heeft ABP mijnABP aangepast aan de nieuwe AOW-leeftijden: KLIK HIER.

Vroegpensioenregelingen
De afgelopen vijftien jaar heeft de politiek het afspreken van vroegpensioenregelingen in CAO’s zoveel mogelijk ontmoedigd, vooral door het instellen van een fiscale boete van 52 procent bovenop het vroegpensioenbedrag, de zogenaamde RVU-heffing. Daardoor zijn deze regelingen in veel gevallen onbetaalbaar geworden.

Het kabinet en de sociale partners zijn het erover eens geworden dat daar verandering in moet komen. De vakbonden en de werkgevers moeten weer de nodige financiële ruimte/fiscale ondersteuning krijgen om werknemers via CAO-afspraken perspectief te bieden op vervroegde uittreding. Daarvoor zal de komende jaren een structurele oplossing worden uitgewerkt. In het pensioenakkoord zijn daarover de eerste drie afspraken opgenomen (zie verderop) PLUS een overgangsregeling om in de tussentijd de huidige zestigplussers alvast de mogelijkheid van vervroegde uittreding te bieden.

Overgangsregeling versoepelen RVU-heffing
Op basis van het pensioenakkoord wordt de RVU-heffing vanaf 2021 versoepeld: in de drie jaar voor zijn AOW-leeftijd mogen werkgevers een medewerker dan zonder RVU-boete maximaal € 19.000 bruto per jaar uitbetalen als inkomen bij een vervroegde uittreding. Het gaat hier dus om een tijdelijke regeling die vanaf 2021 benut kan worden als overbrugging naar de AOW. Politiemensen zouden die € 19.000 kunnen aanvullen door het ABP Keuzepensioen te benutten. Voor de huidige 60-plussers is dat nog goed te doen zonder dat ze de rest van hun leven met een veel lagere pensioenuitkering te maken krijgen. (Dat komt doordat zij in de jaren voor de politieke aanval op het vroegpensioen begon extra ouderdomspensioen hebben opgebouwd.)

Structurele regeling verlofsparen
Vanaf 2021 mag er belastingvrij tot maximaal 100 weken verlof worden gespaard. Nu is dit nog 50 weken. Deze verlofuren kunnen niet alleen worden ingezet om tussentijds even op adem te komen zodat de eindstreep gezond kan worden gehaald. Ze kunnen ook worden benut om aan het eind van je loopbaan eerder uit te treden.

Onderzoek naar flexibele AOW-leeftijd
Er komt een onderzoek naar een eerlijker AOW. Kabinet, bonden en werkgevers gaan samen bestuderen of het mogelijk is om werknemers na bijvoorbeeld 45 jaren gewerkt te hebben aanspraak te geven op AOW. Het streven is dat dit onderzoek in 2020 wordt opgeleverd.

Onderzoek naar inzetten vergoedingen voor extra pensioenopbouw
Daarnaast wordt onderzocht of het mogelijk is onregelmatigheidsvergoedingen en toeslagen voor overwerk in te zetten voor extra pensioen. Het gaat hier om een vrijwillige keuze van medewerkers om via deze toeslagen extra pensioen op te bouwen en daardoor voldoende financiële armslag te krijgen om eerder met werken te stoppen.

Meer over:
Pensioen