12 september 2017

Doordrukken KNP was vragen om problemen

De Tweede Kamer is in december 2011 akkoord gegaan met een veel te optimistisch kabinetsplan voor de Nationale Politie, dat vooral op bezuinigingen was gericht en te weinig op praktische haalbaarheid. Door de vanuit de politiek opgelegde tijdsdruk en financiële druk ontstonden al snel conflicten tussen de korpschef en de minister van Veiligheid en Justitie, die naar buiten toe de schone schijn bleven ophouden. In die krampachtige situatie hebben zij en andere hoofdrolspelers zich schuldig gemaakt aan ongewenst en onverantwoordelijk gedrag. Dat is volgens de NPB de analyse die je kunt maken op grond van het vandaag gepubliceerde rapport van de commissie-Ruys.

De commissie meldt dat zij geen bewijzen heeft gevonden voor omkoping van de (voorzitter van de) centrale ondernemingsraad door de korpsleiding/korpschef Gerard Bouman, maar constateert wel dat het werk van de COR plaatsvond in ‘uitzonderlijke omstandigheden’. De ruime faciliteiten, het gedogen van onverantwoorde uitgaven, de persoonlijke leningen aan de voorzitter, het negeren van door hem begaan plichtsverzuim in privétijd en het fors verhogen van zijn salaris roepen veel vragen op. Of naar de antwoorden op die vragen verder gezocht gaat worden en op welke manier, dat is nu aan de volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer.

NPB-voorzitter Jan Struijs: ‘De commissie-Ruys suggereert dat zich al vanaf 2012 ernstige aanvaringen voordeden tussen korpschef Bouman en minister Opstelten. Blijkbaar had Bouman zijn opdracht onderschat en ontdekte hij tot zijn chagrijn dat Opstelten het nieuwe korps in de media wel graag extra taken oplegde (meer tijd en aandacht voor high impact crime, kinderporno, jeugdproblematiek, verwarde personen, cybercrime), maar niet van plan was zich politiek hard te maken voor extra tijd, mensen of middelen.’

Zwakke plekken en risico’s
De NPB had dat al lang door. Struijs: ‘Op zijn eigen verzoek hebben wij de minister in het najaar van 2012 een uitgebreide reactie op de plannen gestuurd, waarin we waarschuwden voor de aangetroffen zwakke plekken en risico’s. Zo vonden wij het nogal onverstandig om het budget van het nieuwe korps vooraf alvast flink te verlagen vanwege de efficiencywinst die op termijn verwacht werd. Maar ja, de politieke waan van de dag… In het definitieve inrichtings- en realisatieplan was nauwelijks iets van de NPB-adviezen terug te vinden. Dat weerhield Opstelten er overigens niet van om de Tweede Kamer doodleuk te melden dat de bonden hem hadden geholpen aan ‘waardevolle suggesties, waarvan ik een deel heb kunnen overnemen’.

Fataal verbond
Gevangen in een fataal verbond hebben minister Opstelten en korpschef Gerard Bouman naar buiten toe jarenlang de schone schijn opgehouden. Struijs: ‘Bouman is tot twee maanden voor zijn aftreden in 2015 blijven beweren dat hij de juiste man voor de klus was. De commissie-Ruys schetst een ander beeld: de korpschef lag vaak in de clinch met zijn omgeving, stelde zich dominant op, communiceerde slecht en was niet altijd aanspreekbaar op zijn gedrag en besluiten. Daardoor kwam hij al vanaf 2012 steeds meer alleen te staan binnen de korpsleiding. In die situatie heeft hij zich kennelijk laten verleiden tot veel persoonlijk contact (‘een-tweetjes’) én een groot vertrouwen in COR-voorzitter Frank Giltay.’

Verkeerde keuzes
De commissie-Ruys concludeert dat dit intensieve contact voor beide mannen verkeerd heeft uitgepakt: gaandeweg begonnen ze bij het invullen van hun verantwoordelijkheden steeds meer verkeerde keuzes te maken. De korpschef oefende onvoldoende controle uit op het (financiële) doen en laten van de COR. De commissie stelt streng vast: ‘Tijdsdruk is hiervoor geen rechtvaardiging.’ Ook hield Bouman Giltay de hand boven het hoofd na meldingen van plichtsverzuim in privétijd en verstrekte hij hem desgevraagd een persoonlijke lening. De commissie noemt dit ‘onprofessioneel en ongepast’. Ook heeft ze geen goed woord over voor het besluit van Bouman om vlak voor zijn afscheid Giltay een forse salarisverhoging toe te kennen. Hierdoor ‘roept hij het beeld op van willekeur en persoonlijke begunstiging.’

De commissie-Ruys concludeert dat de voorzitter van de COR ‘op zijn minst onzorgvuldig is omgegaan met publiek geld en zich daarover onvoldoende verantwoord heeft. Hij heeft op kritische vragen van andere COR-leden veelvuldig en vaak onterecht geschermd met een akkoord van de korpschef.’

Tijdnood
Er zijn geen bewijzen gevonden dat de COR zo opmerkelijk veel budgettaire ruimte kreeg in de hoop op die manier een positief advies over het reorganisatieplan te 'kopen'. Het is waar dat het kritische COR-advies over dat plan na intensieve gesprekken tussen Giltay en Bouman werd omgezet in een positief advies met voorwaarden. Maar volgens de personeelsvertegen- woordigers hebben ze netjes de besluitvormingsprocedures gevolgd en inhoudelijk niks weggeven.  Struijs: ‘Je zou kunnen zeggen: als Bouman toen iets van de COR gekregen heeft, dan is het tijd. Tijd die hij hard nodig had om de zaak überhaupt op de rails te houden.’

Pokerface
Dat geldt ook voor voormalige minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten. Struijs: ‘De minister is tot vijf minuten voor zijn aftreden blijven volhouden dat alles op rolletjes liep en helemaal goed ging komen. Die pokerface werd pas onhoudbaar toen in het najaar van 2014 de NPB en de andere politiebonden publiekelijk hun vertrouwen in de totstandkoming van de Nationale Politie opzegden. Dat gebeurde mede op basis van drie interne overheidsrapporten waarin haarscherp werd gemeld dat er binnen het korps van alles misging. De bevindingen van de commissie-Ruys bevestigen ons standpunt dat minister Opstelten de Tweede Kamer jarenlang een niet erg realistisch beeld heeft gegeven van de gang van zaken binnen de Nationale Politie en weinig belang hechtte aan de kwaliteit van de financiële controle en de administratieve organisatie binnen het nieuwe korps.’

Een ongezond project
Volgens de NPB-voorzitter Jan Struijs is het van groot belang dat de politiek serieuze lessen trekt uit het rapport-Ruys. ‘Er is veel voor te zeggen om het omstreden gedrag van de korpschef, de COR-voorzitter en de verantwoordelijke minister te zien als symptomen van een in wezen ongezond project. De overgang naar een landelijk korps was gebaseerd op een onrealistisch plan, dat de afgelopen jaren verstrekkende gevolgen heeft gehad voor de slagvaardigheid van de politieorganisatie en dat nog vele jaren zal hebben. Helaas zijn alle waarschuwingen in ons NPB-advies uit 2012 uitgekomen. De politie is door de centralisatie uit de wijken verdwenen. Het gezag van de burgemeesters is uitgehold. Het politiebudget wordt bepaald door de gewenste bezuinigingen en niet door de veranderende criminaliteit. En last but not least: er is geen oog voor de structurele onderbezetting en overbelasting die bij de start van de Nationale Politie al jaren bestond.’

Slimmere taakverdeling
Het kabinet en de Tweede Kamer zouden er dan ook verstandig aan doen de opzet en werkwijze van de Nationale Politie ingrijpend te wijzigen. Struijs: ‘Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Zwak de centrale greep op het doen en laten van de politie af. Geef een ruimer deel van het beheer terug aan de burgemeesters en eenheidschefs. Op die manier koppel je beleid en uitvoering weer aan elkaar en dat leidt tot de beste resultaten. Laat de landelijke korpsleiding zich vooral bezighouden met de politiek-bestuurlijke kant van het politiewerk en onder andere fungeren als een buffer tussen politiek en uitvoering.’

Investering randvoorwaarden
Om de Nationale Politie alsnog tot een succes te maken moet ook het nodige achterstallig onderhoud weggewerkt worden. Dat vereist onvermijdelijk een forse verhoging van het politiebudget. Struijs: ‘De NPB heeft tijdens de verkiezingscampagne alle politieke partijen zijn Schijf van Vijf voor een gezond politiekorps aangeboden. Voor een slagvaardige en gemotiveerde landelijke politie zijn de komende jaren flinke investeringen vereist in
1. verantwoord personeelsbeleid (inclusief herinvoering vroegpensioen);
2. voldoende contact met de burgers;
3. voldoende training/opleiding;
4. optimale bewapening/uitrusting en
5. eersteklas ICT-voorzieningen.
Als de politiek haar verantwoordelijkheid voor de politiezorg serieus neemt, zou het nieuwe regeerakkoord het korps de extra financiële ruimte moeten bieden om in ieder geval verbeteringen op deze punten mogelijk te maken.’

Dat de politie nog zo goed presteert als ze doet is puur te danken aan de loyaliteit en de inzet van de medewerkers, aldus Jan Struijs. ‘Het is dan ook wrang en bitter dat juist de mensen op de werkvloer geen bal zijn opgeschoten met de komst van het landelijke korps. Sterker nog: door alle bezuinigingen op de politie moet het personeel maar weer afwachten hoeveel geld het korps dit najaar op tafel kan leggen voor een nieuwe politie-CAO. Het zou behoorlijk onrechtvaardig zijn als het personeel in 2018 weer aan het kortste eind trekt doordat de korpsleiding geen geld heeft om de arbeidsvoorwaarden bij de politie op peil te houden. Ik hoop dat de politiek dat inziet en haar verantwoordelijkheid op dat punt serieus neemt. Dat zou een mooi resultaat zijn van het werk van de commissie-Ruys.’

Meer over:
Reorganisatie