Middelen en geldmiddelen (artikel 4 en 5)

Artikel 4
MIDDELEN

Bij het realiseren van zijn doelen (zie artikel 2) respecteert de bond de wettelijke kaders van de Nederlandse rechtsstaat. Dat geeft de bond de beschikking over de volgende middelen.

a)      Het organiseren van personen die bij of ten behoeve van de Nederlandse politie werken (in de ruimste zin van het woord) of daar gedetacheerd zijn;

b)      Het uitoefenen van politieke invloed door aansluiting bij de Federatie Nederlandse Vakvereniging (FNV), de Algemene Centrale voor Overheidspersoneel (ACOP) en internationale werknemersorganisaties;

c)      Het samenwerken en/of overleggen met andere (nationale en internationale) werknemersorganisaties en met (organisaties van) werkgevers, overheden en overheidsinstellingen op sociaaleconomisch, cultureel en vaktechnisch terrein;

d)      Het afspreken van zo gunstig mogelijke arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden voor de leden en het vastleggen daarvan in wetten, officiële besluiten, beschikkingen, (collectieve) overeenkomsten en andere voorschriften;

e)      Het sturen van vertegenwoordigers naar commissies voor georganiseerd   arbeidsvoorwaardenoverleg;

f)       Het sturen van vertegenwoordigers naar andere soorten commissies en organen, instellingen of verenigingen als dat in het belang van de leden wordt geacht;

g)      Het instellen van rechtsvorderingen tot het naleven van wetten, verordeningen, overeenkomsten en dergelijke ten gunste van de leden;

h)      Het voeren van acties – regionaal, nationaal of internationaal;

i)       Het verstrekken van adviezen, het verlenen van rechtsbijstand en het voeren van processen ter verdediging van de belangen van individuele leden (zie ook artikel 7).

j)       Het ondersteunen van de medezeggenschap die zijn leden kunnen realiseren via ondernemingsraden en overlegcommissies;

k)      Het opzetten van en/of deelnemen in fondsen ten gunste van leden;

l)       Het oprichten van, deelnemen in en samenwerken met rechtspersonen of het in stand houden van ondernemingen/instellingen ten gunste van de dienstverlening aan leden;

m)   Het organiseren van scholing/cursussen en voorlichtingsactiviteiten voor de leden;

n)      Het raadplegen van de leden – mondeling, schriftelijk of op een andere manier – over voorgenomen beleid van de bond;

o)      Het beleggen van vergaderingen en andere bijeenkomsten;

p)      Het informeren van de huidige en potentiële leden over de doelstellingen, inspanningen en prestaties van de bond en aanverwante zaken.

q)      Het stelselmatig voeren van gesprekken met de politieke partijen en hun fracties in de Tweede Kamer over het politiebeleid van de regering.

r)       Het meewerken aan journalistieke berichtgeving (kranten, radio- en televisieprogramma’s) over aspecten van het politiewerk en de (politieke) waardering daarvoor. 

s)      Alle andere wettige middelen die in overeenstemming zijn met de principiële grondslagen van de bond en kunnen bijdragen aan het realiseren van zijn doelen.

----------------

Artikel 5
GELDMIDDELEN

1. De bond heeft de volgende bronnen van inkomsten.

a)      De contributie en eventuele andere bijdragen van de leden;

b)      De rendementen op het vermogen van de bond;

c)      Andere financiële baten.

2. De bond maakt per kalenderjaar een financieel jaarverslag en een jaarrekening op.

3.  Het financiële verslag en de administratieve verantwoording daarvan worden gecontroleerd door een registeraccountant – aangewezen door de bondsraad (zie artikel 21). Deze registeraccountant rapporteert zijn bevindingen schriftelijk aan de bondsraad.