Waarom praat de overheid mee over de spelregels bij het collectief opbouwen van werknemerspensioen?

De overheid speelt een belangrijke rol in het financieel mogelijk maken van het collectief opbouwen van werknemerspensioen. Dat doet hij door toe te staan dat de pensioenpremies belastingvrij worden overgemaakt naar de pensioenfondsen. Zouden de werkgever en de werknemers daarover eerst nog inkomstenbelasting moeten betalen, dan zouden er veel hogere premies betaald moeten worden om de pensioenfondsen voldoende beleggingskapitaal te bezorgen. Dat zou in feite betekenen dat dit soort regelingen onbetaalbaar worden.

Voor alle duidelijkheid: zodra je pensioenfonds begint met de uitkering van je werknemerspensioen betaal je over die maandelijkse bedragen alsnog inkomstenbelasting.
Meestal val je dan op basis van je leeftijd in een lager belastingtarief. Een andere mooie bijkomstigheid: je hoeft gedurende de collectieve opbouw geen vermogensbelasting te betalen over het opgebouwde kapitaal.

Fiscale aderlating
De overheid heeft dus een duidelijke reden om mee te willen praten over de spelregels bij het collectief opbouwen van werknemerspensioen. Dit fenomeen kost hem jaarlijks een vermogen aan belastinginkomsten. Bovendien is hij zelf natuurlijk ook een grote werkgever met aanzienlijke pensioenlasten voor alle overheidsmedewerkers.

Tot slot is de overheid als hoeder van het algemeen belang ook verantwoordelijk voor het toezicht op het reilen en zeilen van de pensioenfondsen (praktisch uitgevoerd door De Nederlandse Bank). De overheid houdt in de gaten hoe zorgvuldig de fondsen omgaan met de ingelegde premies en bepaalt de normen waaraan de pensioenfondsen moeten voldoen bij het nakomen van hun verplichtingen jegens de deelnemers.