Hoe weten deelnemers voortaan welk werknemerspensioen ze kunnen verwachten?

Belangrijk uitgangspunt van de nieuwe spelregels is dat er niet bezuinigd wordt op het werknemerspensioen. Aan het beschikbare premiegeld (werkgevers) en de beschikbare fiscale faciliteiten (overheid) wordt dus niet gemorreld. Concreet wil dat laatste zeggen dat de overheid zijn fiscale medewerking blijft verlenen aan het opbouwen van een maandelijkse uitkering van 80 procent van het gemiddelde verdiende loon (middelloon) in 42 deelnemersjaren. (De overheid bedoelt dan een uitkering van 80 procent inclusief de maandelijkse AOW-uitkering. Dat (geschatte) bedrag hoeven de pensioenfondsen dus niet op te bouwen.)

Het is duidelijk dat de nieuwe spelregels ook nieuwe informatiebehoeften met zich meebrengen. Afgesproken is dat de pensioenfondsen de individuele deelnemers jaarlijks zorgvuldig op de hoogte brengen van hun premie-inleg, hun aandeel in het voor uitkering gereserveerde vermogen en hoeveel werknemerspensioen ze kunnen verwachten.