Veelgestelde vragen

De NPB wil voor zijn leden volop beschikbaar zijn als betrouwbare vraagbaak en deskundig klankbord. Dagelijks zoeken tientallen collega’s contact met de bond om iets te weten te komen of te checken op het gebied van werk en inkomen en/of hun rechtspositie als politieambtenaar. Ook is er veel vraag naar de visie van de NPB op actuele gebeurtenissen of ontwikkelingen (binnen en buiten de politie) en naar informatie over de vele activiteiten en speciale aanbiedingen die de bond jaarlijks organiseert – al dan niet samen met anderen.

Cruciaal onderdeel van de NPB-website is een actuele database met veelgestelde vragen en het antwoord daarop. Een handige voorziening waarin je op een moment dat het jou schikt bepaalde informatie kunt opzoeken of gewoon maar eens wat rondneuzen.

Klik in het onderstaande menu aan over welk onderwerp je veelgestelde vragen wilt zien.

Je krijgt dan te zien welke vragen over dat onderwerp zijn opgenomen. Door op een bepaalde vraag te klikken laat je het antwoord in beeld verschijnen. Nogmaals op de vraag klikken en het antwoord schuift weer uit beeld.

Zoekfilters

Na de komst van de regiopolitie in 1994 heeft zich binnen de Nederlandse politie een wildgroei aan functies voorgedaan. De vijfentwintig regiokorpsen, het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), de Politieacademie, de voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN) en de Rijksrecherche – allemaal hadden ze beleidsvrijheid om binnen de eigen organisatie nieuwe functies in het leven te roepen en daar hebben ze enthousiast gebruik van gemaakt. Toen de stand van zaken in 2012 werd geïnventariseerd bleken er in de politiesector maar liefst 16.000 verschillende functies te bestaan.

Een functiegebouw is een verzamelnaam voor alle functies die binnen een organisatie kunnen worden vervuld. In 2005 drong het tot de toenmalige korpschefs door dat de negentwintig functiegebouwen binnen de Nederlandse politie nogal uitgewoond en vervuild begonnen te raken. Niet alleen kwamen er ongecontroleerd voortdurend functies bij, ook de zorgvuldigheid van de functiebeschrijvingen varieerde van geval tot geval, net als de financiële waardering.

Beperkt aantal duidelijk omschreven functies

De korpschefs begonnen te pleiten voor de komst van een nieuw functiegebouw, dat moest bestaan uit een beperkt aantal duidelijk omschreven functies. Dat zou een enorme impuls even aan de bestuurbaarheid en de flexibiliteit van de politieorganisatie, zeker als die ooit nog eens zou worden omgevormd tot een landelijk korps. Uiteindelijk hebben ze hun zin gekregen met de komst van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP).

Nee, dat is niet het geval. Gezien de personele reorganisatie die ons volgend jaar te wachten staat vanwege de overgang naar de Nationale Politie hebben minister Opstelten en de bonden afgesproken de invoering van het nieuwe functiegebouw te beschouwen als een administratieve operatie. In de huidige rechtspositie van politieambtenaren is vastgelegd dat zo'n operatie niet mag leiden tot salarisachteruitgang bij de medewerkers.

Met andere woorden: ook als je een  LFNP-functie krijgt toegewezen in een lagere loonschaal dan je huidige loonschaal, behoud je je huidige salaris EN het vooruitzicht op de periodieken in de voor jou geldende salarisschaal als je nog niet op het maximumbedrag staat. Krijg je een LFNP-functie toegewezen die hoger is ingeschaald dan je huidige functie, dan heb je recht op die hogere waardering en de bijbehorende rang. Dat recht geldt vanaf de uitgangspositie voor de functie, maar gaat niet verder terug dan 1 januari 2010.

De keuzes die de werkgever maakt over de functies binnen zijn organisatie zijn een kwestie van bedrijfsvoering. Op dat gebied is hij wettelijk verplicht overleg te voeren (en het eens te worden) met de ondernemingsraad en niet met de vakbonden. De NPB draagt dan ook geen enkele verantwoordelijkheid voor de inrichting van het nieuwe functiegebouw.

Toch is de NPB om twee redenen verheugd over de komst van het LFNP.  Ten eerste voorkom je door te gaan werken met slechts 92 van hogerhand vastgestelde (‘organieke’) functies het ontstaan van rechtsongelijkheid op de werkvloer. Het maakt dan immers niet meer uit waar collega’s een bepaalde functie vervullen: op elke werkplek binnen de politie wordt de inhoud van die functie op dezelfde manier begrepen en gewaardeerd.

Ten tweede is de NPB blij met de komst van een nieuw functiegebouw, omdat daardoor een afspraak uit de politie-CAO 2008/2010 kan worden uitgevoerd: het inbouwen van meer (functie)waardering voor bepaalde ‘zware’ facetten van het politiewerk. In de CAO-tekst worden er tien uitdrukkelijk genoemd, onder andere confrontatie met menselijk leed en geweld, leidinggeven in complexe processen en confrontatie met ‘criminele druk’. Onder de verzamelnaam Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden (OVW) zijn deze ‘zware’ facetten in de functiewaardering van het LFNP opgenomen, uitgedrukt in OVW-punten.

Vervul je als politieambtenaar een LFNP-functie met 24 of meer OVW-punten EN heb je het maximum van je salarisschaal bereikt, dan heb je recht op uitloopperiodieken tot aan het maximumbedrag in de naast hogere salarisschaal. Dat is afgesproken in de politie-CAO 2012/2014; de aanspraak geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012. Met andere woorden: het duurde even, maar uiteindelijk hebben de inspanningen van de NPB voor een structureel betere waardering van het werk van politieambtenaren toch tot resultaat geleid.

Nee, met de werkgever is afgesproken dat de overstap op LFNP-functies geen verandering zal brengen in de huidige executieve of ATH-slijtende status van medewerkers. Dat is onder andere van belang omdat deze status recht geeft op extra levenslooptoelagen.

Nee, iedereen behoudt na de invoering van het LFNP zijn huidige rang, ook als je een LFNP-functie krijgt toegekend waaraan een lagere rang verbonden is.

De officiële overgangsdatum naar het nieuwe functiegebouw is 1 januari 2012. Vandaar het besluit van de werkgever om je vanaf deze datum officieel te laten overgaan naar een bepaalde LFNP-functie.

Minister Opstelten en de bonden hadden echter afgesproken dat het LFNP zou worden ingevoerd met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010. Het is dus ook van belang om te weten met welke LFNP-functie je werk in de periode van 31 december 2009 tot en met 31 december 2011 het meest overeenkwam. Is dat een LFNP-functie die hoger is ingeschaald dan je toenmalige 'oude' functie, dan heb je (ook) over die periode recht op een nabetaling.

 

Zolang het bevoegd gezag nog geen ontslagbesluit aan je bekend heeft gemaakt, kun je terugkomen op een ontslagverzoek. Het ontslag vindt in dat geval dus geen doorgang.

Zowel de Tweede als de Eerste Kamer hebben eind 2012 zonder slag of stoot ingestemd met het afschaffen van het levensloopsparen vanaf 2022. Voor het mogelijk maken van een uitzonderingspositie voor mensen met zware beroepen was geen steun.

Blijkbaar vindt men over de hele linie dat er tot op hogere leeftijd doorgewerkt moet worden en dat vervroegd uittreden niet langer fiscaal moeten worden aangemoedigd.

Daarnaast is het levensloopsparen ook nooit echt populair is geweest. Zeven jaar na de introductie nam slechts vier procent van de werknemers eraan deel. Bij de politie was dat twintig procent; gezien het geld dat de werkgever ervoor beschikbaar stelt een zeer laag percentage.

In 2011 besloot de werkgever het aantal functies binnen de politiesector drastisch op te schonen door de invoering van een nieuw Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie. Dit LFNP ging bestaan uit slechts 92 scherp omschreven functies, met een al even duidelijk vastgelegde functiewaardering.

Op aandringen van de bonden was in de politie-CAO 2008/2010 afgesproken dat in de nieuwe functiewaardering ook rekening zou worden gehouden met tien verzwarende elementen van het politiewerk die voorheen altijd ondergewaardeerd waren geweest. Daaronder vielen het omgaan met geweld, criminele druk en onregelmatigheid, maar ook bijvoorbeeld het dragen van speciale verantwoordelijkheden.

Aan de functies binnen het LNFP zijn voor elk van deze zogenaamde onvermijdelijk verzwarende werkomstandigheden (OVW) punten toegekend. Afhankelijk van de inhoud van een functie kan het totaal aantal toegekende OVW-punten uiteenlopen van 0 tot 64.

In de politie-CAO 2012/2014 zijn twee afspraken opgenomen over LFNP-functies die in totaal 24 of meer OVW-punten scoren. Ten eerste werd afgesproken zo’n functie te bestempelen als een ‘frontliniefunctie’. Ten tweede werd afgesproken dat collega’s die zo’n functie vervullen na het bereiken van hun schaalmaximum recht krijgen op uitloopperiodieken in de naast-hogere schaal. Dat wil zeggen: hun salaris blijft dan nog een aantal jaren doorgroeien tot aan het maximumbedrag in de schaal boven hun officiële functieschaal.

Voorbeeld: een collega met een functie in schaal 7 krijgt een jaar na het bereiken van zijn laatste periodiek in schaal 7 een uitloopperiodiek in schaal 8 – en het jaar daarop opnieuw, net zolang totdat hij het maximumbedrag in schaal 8 heeft bereikt.

LET OP: Voorwaarde voor de toekenning van OVW-periodieken is dat je betaald wordt naar de schaal die bij je (LFNP-)functie hoort. Ontvang je al een salaris op basis van een hogere schaal - bijvoorbeeld door een persoonlijke afspraak met een voormalig regiokorps - dan heb je geen recht op extra periodieken. Daar heeft de NPB de betreffende leden eind 2012 uitdrukkelijk op geattendeerd via de NPB-website en het bondsblad.

LET OP: De toekenning van OVW-periodieken leidt niet tot een officiële plaatsing in een hogere schaal. Iemand met een functie in schaal 7 blijft volgens zijn salarisstrook dus geplaatst in schaal 7, ook na de toekenning van OVW-periodieken (uitloopperiodieken) in schaal 8.

Ja, OVW-periodieken worden tot het brutosalaris gerekend, net als een gewone periodiek en anders dan bijvoorbeeld de operationele toelage.

Eén van de gevolgen daarvan is dat collega’s die gebruik maken van de Regeling Partiële Uittreding (RPU) – de mogelijkheid voor collega's van 55 jaar en ouder om een bepaalde hoeveelheid uren minder te gaan werken en over die uren toch de helft van hun salaris uitbetaald te krijgen – dus ook een navenant deel van hun OVW-periodieken inleveren voor hun extra vrije uren.

De NPB heeft zich jarenlang ingezet voor een betere waardering van allerlei psychisch en fysiek belastende elementen van het operationele en ondersteunende politiewerk. De afspraak met de werkgever om ‘frontliniemedewerkers’ een rechtspositionele aanspraak te geven op extra periodieken is een historische doorbraak op dat punt.

Door een samenloop van omstandigheden ontstond tijdens de CAO-onderhandelingen in 2012 ineens de politieke ruimte om de nagestreefde opwaardering te realiseren. Die kans is door de NPB en de andere politiebonden zo goed mogelijk benut. Het gevolg is een blijvende verbetering van de bezoldiging van de overgrote meerderheid van de politiemedewerkers. Een opwaardering waarvan het politiepersoneel tot in lengte van jaren profijt van zal hebben.

Onderhandelen is een proces van geven en nemen. Zelfs de mooiste regeling draagt daarvan onvermijdelijk de sporen. De bonden hadden natuurlijk graag gezien dat iedereen die in januari 2012 op zijn maximum stond meteen een uitloopperiodiek zou worden toegekend.

Helaas bleek dat politiek-financieel niet haalbaar zonder dat de hele regeling op de tocht kwam te staan. Een andere besproken optie was OVW-aanspraken pas mogelijk te maken vanaf 2013, maar dat vonden de bonden dan weer een minder goed idee. 

Uiteindelijk is als compromis uit de bus gekomen dat politieambtenaren met een frontliniefunctie vanaf 2012 aanspraak kregen op OVW-periodieken – maar wel pas vanaf hun reguliere periodiekmaand. Het praktische gevolg is dat niet alle collega’s die begin 2012 op hun maximum stonden vanaf dezelfde maand aanspraak hebben op hun eerste OVW-periodiek. De ene collega krijgt al vanaf januari 2012 zijn eerste OVW-periodiek toegekend, een ander pas vanaf september 2012. Dat kan een bittere pil zijn, vooral als de eerste collega nog maar kort op zijn maximum staat en de tweede collega al vele jaren.

De NPB heeft daar alle begrip voor. Niets voor niets hebben we onze leden vanaf juni 2012 herhaaldelijk op dit pijnpunt gewezen, in de hoop op het moment van uitbetaling teleurstelling en verwarring te voorkomen.

De bond heeft uiteindelijk gekozen voor het algemene belang van een blijvende rechtspositionele opwaardering van het politiewerk. We vertrouwen erop dat iedereen op den duur de grote waarde van deze afspraak zal inzien, hoeveel persoonlijke onvrede men bij de invoering van de OVW-periodieken ook moet wegslikken.

Politieambtenaren die op of na 16 december 2013 een LFNP-functie toegekend hebben gekregen waaraan 24 of meer OVW-punten zijn gekoppeld en die in januari 2012 minstens een jaar op het maximum van hun salarisschaal stonden of dat punt sindsdien hebben bereikt.

KLIK HIER voor een overzicht van de LFNP-functies en de daaraan toegekende OVW-punten.

 

Afgesproken is dat drie groepen medewerkers geen recht hebben op OVW-periodieken.

  • Politiemedewerkers in schaal 15 en hoger (de politietop),
  • Leidinggevenden aan teams met zuiver ondersteunende taken
  • Collega’s die nog recht hebben op vervroegd pensioen op basis van de FPU-regeling (alleen mogelijk als je voor 1950 bent geboren en dus inmiddels minstens 64 jaar oud bent).

Daarnaast levert de OVW-regeling ook geen voordeel op voor de collega’s die op basis van een persoonlijke salarisgarantie van hun voormalige regiokorps al een schaal hoger betaald werden dan hun officiële functie. Bij de toekenning van OVW-periodieken geldt de toegekende LFNP-functie als uitgangspunt. Als een collega met een persoonlijke garantie op schaal 8 een LFNP-functie met 24 of meer OVW-punten in schaal 7 is toegekend, krijgt hij daardoor aanspraak op uitloopperiodieken in schaal 8. En die aanspraak had hij al.

Deze regeling is van kracht vanaf januari 2012. Het is echter niet zo dat  iedereen die op die datum op het maximum van zijn salarisschaal stond meteen (vanaf januari) een OVW-periodiek krijgt toegekend. Die regeling bleek tijdens de onderhandelingen politiek-financieel onhaalbaar.

Uiteindelijk is het compromis uit de bus gekomen dat politieambtenaren met een frontliniefunctie vanaf 2012 aanspraak kregen op OVW-periodieken – maar wel pas vanaf hun reguliere periodiekmaand. Dat kan dus januari 2012 zijn, maar ook december.

Het onvermijdelijke gevolg daarvan is dat de structurele verbetering van de beloning van het frontliniewerk niet voor iedereen op hetzelfde moment van start gaat. Het kan dus gebeuren dat een collega die al vele jaren op zijn maximum staat vanaf januari 2012 van de OVW-regeling profiteert, maar dat kan ook pas vanaf mei of oktober 2012 zijn. Dat kan er tevens toe leiden dat collega’s die relatief kort op hun maximum staan eerder van de nieuwe regeling profiteren dan collega’s die relatief lang op hun maximum staan.

Dit alles is door de bonden tijdens de onderhandelingen onder ogen gezien en afgewogen. Uiteindelijk heeft het algemene belang de doorslag gegeven: de mogelijkheid om de OVW-regeling voor elkaar te krijgen was een te grote vis om te laten zwemmen. Helaas moest daarvoor de prijs betaald worden dat bij de invoering geen rekening zou worden gehouden met het aantal jaren dat politieambtenaren al op hun schaalmaximum stonden.

Dat is voor de betreffende collega’s zuur, maar onderhandelen is een proces van geven en nemen. Op een gegeven moment moet je je knopen tellen en voor de maximaal haalbare winst gaan. En historisch gezien is de winst van de OVW-regeling nogal groot.

In juni 2014 krijgt ongeveer 90 procent van alle rechthebbenden hun OVW-periodieken betaald over de jaren 2012 en 2013 en de eerste zes maanden van 2014.

In de periode daarna vindt nog een herberekening plaats van overuren, toelagen en vergoedingen, maar ook van bijvoorbeeld de pensioeninhoudingen. Ook zijn zaken als dienstjarengratificaties - die handmatig moeten worden verwerkt - nog niet meegenomen.

Een definitieve persoonlijke afrekening volgt in het najaar; het uitgekeerde bedrag in juni moet dus worden beschouwd als een voorschot.

Tien procent van de rechthebbende collega’s krijgt pas na de zomer een voorschot uitbetaald.

  • Collega’s die de afgelopen jaren een andere inschaling hebben gekregen;
  • Collega’s die op basis van de LFNP-matching met terugwerkende kracht hoger zijn ingeschaald;
  • Collega’s voor wie maatwerk nodig is vanwege opgenomen eindeloopbaanverlof;
  • Collega’s voor wie maatwerk nodig is omdat ze in een disciplinair traject zitten;
  • Collega’s die de organisatie na 1 januari 2012 hebben verlaten.

Uiteraard krijgen ook de collega’s die buiten de OVW-regeling vallen in juni geen voorschot overgemaakt. Volledigheidshalve:

  • Collega’s met een LFNP-functie waaraan minder dan 24 OVW-punten zijn gekoppeld.
  • Collega’s die door een persoonlijke salarisgarantie van hun voormalige regiokorps al een schaal hoger betaald werden dan hun officiële functie.
  • Politiemedewerkers in schaal 15 en hoger (de politietop),
  • Leidinggevenden aan teams met zuiver ondersteunende taken
  • Collega’s die nog recht hebben op vervroegd pensioen op basis van de FPU-regeling (alleen mogelijk als je voor 1950 geboren bent).

Het is mogelijk dat ten onrechte voorschotten worden uitbetaald aan medewerkers die niet in aanmerking komen voor OVW-periodieken, bijvoorbeeld bepaalde groepen leidinggevenden. Bij de definitieve afrekening zullen deze voorschotten worden teruggevorderd.

Mocht bij de definitieve berekening van de OVW-nabetaling blijken dat een medewerker eigenlijk al enige tijd geen recht meer heeft op een bepaalde toelage, dan zullen de (te veel) betaalde bedragen niet worden teruggevorderd.

In sommige gevallen kunnen collega’s door de gelijktijdige uitbetaling van een groot aantal OVW-periodieken ineens in een hogere belastingschijf terechtkomen. Het kan dan gunstig zijn om bij de Belastingdienst middeling aan te vragen. Dat wil zeggen: het spreiden van de extra inkomsten over een periode van drie (achtereenvolgende) jaren.

NPB-leden kunnen daarover (te zijner tijd) advies inwinnen bij het NPB-belastingnetwerk.

Pagina's