Lidmaatschap - aanspraken en verplichtingen (artikel 6, 7 en 8)

Artikel 6
LID WORDEN

1. De volgende natuurlijke personen kunnen lid zijn van de bond.  

a)      Personen die bij de Nederlandse politie werken of daar gedetacheerd zijn;

b)      Personen die bij de Nederlandse politie hebben gewerkt of daar gedetacheerd zijn geweest maar de dienst hebben verlaten met recht op een pensioen- of een ander soort uitkering;

c)      Personen die bij de Nederlandse politie hebben gewerkt of daar gedetacheerd zijn geweest maar onvrijwillig werkloos zijn geworden zonder recht op een pensioen- of een ander soort uitkering;

d)      Levenspartners van gestorven leden.

e)      Personen die het hoofdbestuur hebben verzocht om toekenning van het lidmaatschap en daar een positieve reactie op hebben gekregen.

2. Uit hoofde van hun functie zijn lid van de bond

a)      de bezoldigde hoofdbestuurders van de bond;

b)      de eenheidsbestuurders van de bond.

3. Een aspirant-lid moet schriftelijk zijn belangstelling voor het lidmaatschap van de bond melden bij het hoofdbestuur. Het hoofdbestuur beslist of de betreffende persoon als lid wordt geaccepteerd.

4. Het lidmaatschap gaat vervolgens in op de eerste dag van de maand waarover voor het eerst contributie wordt betaald.

-------------------------

Artikel 7
AANSPRAKEN OP BASIS VAN HET LIDMAATSCHAP

1. Leden van de bond kunnen aanspraak maken op de volgende voorzieningen. Deze aanspraken gelden alleen als het lid heeft voldaan aan de verplichtingen die het lidmaatschap met zich meebrengen, waaronder het betalen van contributie (zie artikel 8 van de statuten en artikel 4 van het huishoudelijk reglement).

a)      Gratis juridische bijstand door de bond of een geheel of gedeeltelijke vergoeding van de kosten van extern ingehuurde rechtshulp in zaken die verband houden met de rechtmatige uitoefening van de politiefunctie, met uitkeringen en pensioenen of met werkzaamheden ten behoeve van de bond.

Het hoofdbestuur legt voor de toekenning van deze rechtsbijstand algemene voorwaarden vast. In bijzondere gevallen kan de bondssecretaris besluiten daarvan ten gunste van een lid af te wijken.

b)      Het ontvangen van of digitale toegang krijgen tot informatie die de bond voor zijn leden heeft geproduceerd.

c)      De dienstverlening en voordeelaanbiedingen die voortvloeien uit de aansluiting van de bond bij de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV).

d)      De uitreiking van een NPB-insigne na een onafgebroken bondslidmaatschap van 25 jaar (zilver), 40 jaar (goud), 50 jaar (goud met robijn) of 60 jaar (goud met briljant) en van een tinnen politiebeeldje na een onafgebroken bondslidmaatschap van 70 jaar. De onderscheidingen worden uitgereikt in het kalenderjaar waarin het jubileum plaatsvindt. De kosten zijn voor rekening van de afdeling van de bond waartoe de jubilaris behoort. 

e)      De uitreiking van een attentie ter gelegenheid van een 25-, 40-, 50-, 60-, 70- of 75-jarig bondsjubileum. De kosten zijn voor rekening van de afdeling van de bond waartoe de jubilaris behoort.

2. Bij het vaststellen van de duur van iemands onafgebroken bondslidmaatschap (zie lid 1.d en 1.e) tellen niet alleen de jaren mee dat hij lid is geweest van de NPB, maar ook de jaren dat hij voordien of tussentijds lid is geweest van andere bij de FNV aangesloten vakorganisaties.

3. De aanspraak op rechtsbijstand zoals omschreven in artikel 1.a vervalt als het lid op grond van de rechtspositieregeling voor het politiepersoneel een vergoeding voor rechtshulp kan claimen. Wil het lid toch gebruik maken van de juridische deskundigheid van de bond, dan wordt hij geacht de werkgeversvergoeding in haar geheel aan de bond over te maken. Hij moet dan vooraf in een ondertekende verklaring vastleggen dat hij daartoe bereid is.

4. De aanspraak op rechtsbijstand zoals omschreven in artikel 1.a. bestaat alleen voor kwesties die zijn ontstaan nadat het lidmaatschap van de bond officieel is toegekend. Dit voorbehoud maakt deel uit van de door het hoofdbestuur vastgelegde algemene voorwaarden voor de rechtshulp van de bond.  In bijzondere gevallen kan de bondssecretaris besluiten van deze regel af te wijken.

5. Partners van gestorven leden die duurzaam met hen hebben samengeleefd en op basis van lid 1.d. van artikel 6 aangesloten zijn bij de bond, hebben aanspraak op rechtskundige bijstand in verband met de volgende zaken.

a)      De afwikkeling van het dienstverband van de overleden partner.

b)      Een nabestaandenuitkering van de overheid.

c)      Het nabestaandenpensioen.

d)      Het verkrijgen van een schadevergoeding voor de gevolgen van een werkgerelateerde aandoening of een dienstongeval van de overleden partner.

---------------

Artikel 8
VERPLICHTINGEN OP BASIS VAN HET LIDMAATSCHAP

a)      Leden worden geacht de statuten en reglementen van de bond te kennen en na te leven.

b)      Leden worden geacht gehoor te geven aan besluiten van de bond en het bereiken van de doelen van de bond zo veel mogelijk te bevorderen.

c)      Leden zijn verplicht de bond maandelijks een bedrag aan contributie te betalen. Het congres stelt vast (op voorstel van het hoofdbestuur) op welke manieren de contributie betaald kan worden en binnen welke termijn dat moet gebeuren. Ook veranderingen in de hoogte van de contributie worden (op voorstel van het hoofdbestuur) vastgesteld door het congres of – tussen twee congressen in – door de bondsraad (zie artikel 4 van het huishoudelijk reglement).