Rechtshulp bij strafrechtelijke vervolging

Tijdens hun werk moeten (executieve) politieambtenaren soms balanceren op de dunne scheidslijn tussen wat hen wettelijk wel en niet is toegestaan. Dat kan ertoe leiden dat ze door het Openbaar Ministerie strafrechtelijk worden vervolgd wegens (vermeend) onzorgvuldig handelen in functie. Bekende voorbeelden zijn het dodelijk aanrijden van een fietser tijdens het op hoge snelheid achtervolgen van een verdachte en het 'voorbarig' gebruikmaken van het dienstpistool bij een aanhouding.

 

Een NPB-lid dat te maken krijgt met een strafrechtelijke vervolging in verband met zijn doen en laten als politieambtenaar, kan er in principe op rekenen dat de bond ook in dat geval zorgt voor deskundige rechtsbijstand. Hierbij is één cruciale uitzonderingsclausule van kracht: de collega in kwestie mag niet opzettelijk zijn boekje te buiten zijn gegaan.

NPB-leden hebben geen aanspraak op rechtshulp van de bond bij een strafrechtelijke vervolging vanwege hun doen en laten als privépersoon.

Beoordeling per geval

Om zeker te zijn van een consequent beleid op dit punt, beoordeelt het dagelijks bestuur van de NPB per geval of de toekenning van juridische hulp gerechtvaardigd is. Daarbij buigt men zich dus over twee vragen:

  1. Hangt de zaak (voldoende) samen met de beroepsuitoefening?
  2. Is er al dan niet sprake van opzet?

Contact maken

Voor het inschakelen van rechtshulp bij strafrechtelijke vervolging is de afdeling IBB 24 uur per dag rechtstreeks telefonisch bereikbaar via 0348 – 70 74 33.