Korps geeft te rooskleurig beeld van PTSS-beleid

De NPB is zeer verbaasd over het intranetbericht waarin het korps meldt dat er binnen de Nationale Politie ‘geen negatieve geluiden’ bekend zijn over het erkenningsproces van collega’s met werkgerelateerde PTSS. ‘Ik vrees dat dat meer zegt over het korps dan over de werkelijke situatie’, aldus NPB-vicevoorzitter Albert Springer. ‘Onze ervaring is dat de werkgever in veel gevallen juridisch alles uit de kast haalt om onder de erkenning van nieuwe PTSS-diagnoses uit te komen. Onze juristen hebben daar al jaren hun handen vol aan.’

 

De strekking van het bericht op intranet en het interview in de NRC van vandaag met Jan de Vis, sectorhoofd Veilig en Gezond Werken (VGW), is duidelijk. Het korps vindt dat de Nederlandse politie op het gebied van de PTSS-zorg de afgelopen jaren ‘grote stappen heeft gemaakt’. De NPB erkent dat er stappen zijn gemaakt, maar vindt ook dat er nog een lange weg te gaan is. Daarvoor zien we nog te veel collega’s die niet geholpen worden zoals dat zou moeten.

Albert Springer: ‘Het openen van een Meldpunt PTSS is een hele verbetering, maar dan moet de bezetting wel dusdanig zijn dat de meldingen snel de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Momenteel worden meldingen volgens Jan de Vis ‘gemiddeld binnen drie maanden’ in behandeling genomen. Dat is best lang als je met PTSS-symptomen worstelt.’

Managementcultuur

De NPB is dan ook blij met het besluit dat het korps begin juli bekendmaakte: het Meldpunt PTSS wordt versterkt en leidinggevenden worden getraind om PTSS-symptomen tijdig te herkennen. Springer: ‘Beide zaken zijn hard nodig, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar de vraag is echt of deze maatregelen voor de collega’s met PTSS iets gaat opleveren als de huidige managementcultuur blijft bestaan.

In die cultuur is het prima om de  erkenning van nieuwe PTSS-gevallen en de bijbehorende smartengeldvergoeding door  je juristen zo lang mogelijk te laten rekken. Ook is het geen probleem om te weinig praktische mogelijkheden te bieden voor een succesvolle re-integratie van collega’s met erkende PTSS. Het zijn twee gevolgen van de schizofrenie waar het korps aan lijdt: het nagestreefde humane PTSS-beleid staat op gespannen voet met de financiële ruimte waarover de leidinggevenden beschikken.’

De mensen centraal?

In de NRC van vanochtend staat boven het interview met het sectorhoofd Veilig en Gezond Werken (VGW) zijn uitspraak: ‘Het moet over de mensen gaan, niet om het geld.’ NPB-vicevoorzitter Albert Springer: ‘Ik zou bijna zeggen: dat is een credo dat Jan bij ons heeft opgepikt. Maar als je kijkt naar het huidige doen en laten van de werkgever krijg je toch echt de indruk dat het andersom is. Dat het voor het korps in hoge mate om het geld gaat, niet om de mensen. Nogmaals: de soepelheid en elegantie van het korps als het gaat om de erkenning van nieuwe PTSS-gevallen, de toekenning van een smartengeldvergoeding en de ruimte voor een geslaagde re-integratie van collega’s zijn anno 2017 echt niet om over naar huis te schrijven.’

Lose/lose-situtatie

De werkgever lijkt zich er niet van bewust dat hij daardoor de gezondheidsproblemen van medewerkers met PTSS-symptomen verergert. Springer: ‘Het is wetenschappelijk vastgesteld dat mensen met werkgerelateerde PTSS door een slechte opvang – bijvoorbeeld een gebrek aan erkenning en waardering voor hun situatie door de werkgever – eerder vervallen in een conditie van blijvende invaliditeit. Het traineren van het erkenningsproces en het bieden van te weinig mogelijkheden voor re-integratie is dus zowel voor de collega’s in kwestie als voor de werkgever ongunstig. In feite is er dan sprake van een lose/lose-situatie. Wij zullen bij het korps en de minister van Veiligheid en Justitie blijven aandringen op het mogelijk maken van een win/win-situatie.’

 

Terug