Afdelingen - taken en bestuur (artikel 10 en 11)

Artikel 10
TAKEN AFDELINGEN

1. Het vakbondswerk van de afdelingen kent drie (3) hoofdlijnen:

a)      het meewerken aan het tot stand komen, uitvoeren en controleren van het algemene bondsbeleid;

b)      het op basis van het algemene bondsbeleid ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van de belangenbehartiging voor de leden van de afdeling;

c)      het contact onderhouden met de hoofdbestuurder uit de afdeling over kwesties en onderwerpen die voor de leden van de afdeling van belang zijn.

2. De concrete taken van een afdeling zijn als volgt:

a)      Het leiden en laten functioneren van de afdeling;

b)      Het informeren en adviseren van het hoofdbestuur over relevante ontwikkelingen of actuele kwesties binnen de afdeling;

c)      Het (helpen) voorzien in de collectieve en individuele belangenbehartiging voor de leden van de afdeling;

d)      Het organiseren van ledenvergaderingen;

e)      Het uitvoeren van de besluiten die een ledenvergadering genomen heeft;

f)       Het promoten van de bond;

g)      Het bijhouden van de administratie en het beheren van het budget van de afdeling;

h)      Het indienen van een begroting bij het hoofdbestuur;

i)       Het jaarlijks voor 1 mei produceren van een jaarverslag (inclusief een financieel jaarverslag), dat digitaal naar het hoofdbestuur wordt gestuurd en digitaal aan de leden van de afdeling beschikbaar wordt gesteld;

j)       Het zorgen voor vertegenwoordigers van de leden van de afdeling in besprekingen met (vertegenwoordigers van) de eenheidsleiding over zaken die de rechtspositie van de leden op het gebied van werk en inkomen betreffen;

k)      Het zorgen voor vertegenwoordigers van de afdeling in organen van de bond;

l)       Het kandideren van leden van de afdeling voor medezeggenschapsorganen en het bijstaan van deze leden met raad en daad;

m)   Het (laten) naleven van de statuten, het huishoudelijk reglement en de besluiten van het congres en het hoofdbestuur;

n)      Het deelnemen aan regionale acties van de FNV of andere samenwerkingsverbanden binnen de vakbeweging.

--------------------------

Artikel 11
HET AFDELINGSBESTUUR

1. Een afdelingsbestuur bestaat uit vier (4) leden die in functie gekozen worden: een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en een activiteitencoördinator. Dit viertal is belast met de algemene leiding van de afdeling. Voor de uitvoering van het vakbondswerk worden ze bijgestaan door andere kaderleden.

2. De afdelingsvoorzitter en de afdelingssecretaris moeten bij hun benoeming in actieve dienst van de politie zijn. Ze worden benoemd voor vier (4) jaar, tenzij ze gaandeweg de politiedienst verlaten vanwege pensionering. In dat geval mogen ze vanaf hun pensioendatum nog hooguit één (1) jaar in functie blijven. Deze bepalingen gelden ook bij een eventuele herbenoeming van een afdelingsvoorzitter of afdelingssecretaris.

De penningmeester en de activiteitencoördinator van een afdeling worden voor vier (4) jaar benoemd en kunnen daarna meteen weer worden herkozen/herbenoemd. Zowel voor hun eerste benoeming als voor een latere herbenoeming is niet van belang of ze op dat moment nog in actieve dienst van de politie zijn of niet.

3. Een van de taken van de afdelingsvoorzitter is het leiden van de leden- en bestuursvergaderingen binnen de afdeling. Is hij verhinderd, dan neemt een ander lid van het afdelingsbestuur het voorzitten van de vergadering op zich.

4. Tot de taken van de afdelingssecretaris behoren het verzorgen van de algemene correspondentie van de afdeling, het notuleren van de bestuursvergaderingen en het bijhouden van de ledenadministratie.

5. Tot de taken van de afdelingspenningmeester behoort het beheer van de financiële middelen die het hoofdbestuur jaarlijks aan de afdeling beschikbaar stelt.

a)      De besteding van deze middelen wordt verantwoord door het invullen van formulieren die het hoofdbestuur verstrekt.

b)      Minstens één (1) keer per jaar informeert de afdelingspenningmeester het hoofdbestuur en de leden van de afdeling over de financiële toestand van de afdeling.

c)      De afdeling benoemt jaarlijks een commissie van drie (3) personen die de besteding van het afdelingsbudget en het financiële jaarverslag controleert.

6. De activiteitencoördinator draagt zorg voor binding met de leden, afstemming tussen de NPB-afdelingen en specifieke aandachtsgebieden.

7. Een afdelingsbestuur is bevoegd afzonderlijk te vergaderen met (groepen) leden van de afdeling.

8. Het hoofdbestuur kan een afdelingsbestuur schorsen als dat bestuur zijn taken niet naar behoren vervult. Dat kan slechts nadat de leden van de afdeling daarover zijn gehoord. Na de schorsing voorziet het hoofdbestuur tijdelijk in het afdelingsbestuur, totdat de afdeling tijdens een ledenvergadering een nieuw bestuur gekozen heeft.