Na de Iftar

Van: Natasja van Nus, bestuurder

Alweer 2,5 week geleden organiseerde de NPB afdeling Midden NL de allereerste Iftar ooit door een vakbond georganiseerd. De aanloop er naartoe, de avond zelf en de dagen daarna hebben indruk op me gemaakt. Er waren leden die hun lidmaatschap hebben opgezegd omdat we door deze Iftar ‘onze neutraliteit verloren’ en er waren mensen die lid werden omdat we deze Iftar organiseerden. Haatmail en lofbetuigingen. Verder uit elkaar konden de reacties niet liggen.


De avond zelf was prachtig! Collega’s van allerlei rangen en standen, religieuze overtuiging, seksuele voorkeur, mannen, vrouwen, jong en oud waren aanwezig om met elkaar tijdens de Ramadan na zonsondergang een heerlijke maaltijd te delen. Er waren mooie woorden en warme complimenten. Allemaal met hetzelfde doel: laten we ons verbinden in onze menselijkheid. En dat heb ik gevoeld ondanks en dankzij onze verschillen.


Zelfcensuur

Op ons maandagochtend overleg op het NPB-hoofdkantoor hebben we uitvoerig nagepraat en ik beloofde mijn collega's er een blog over te schrijven. In de tussentijd heb ik er al 5 geschreven maar geen enkele vond ik het waard om te publiceren. Ik kreeg maar niet helder waarom dat was. Was het een gebrek aan inspiratie? Aan de juiste woorden? De toon? Was het de warmte die mijn hersenen in een vertraagde stand brachten? Goed duiden kon ik het niet, totdat ik vanmorgen wakker werd en besefte dat ik aan een soort zelfcensuur deed. Op het onderwerp diversiteit en moslims ligt zoveel spanning dat ik moeite heb met het kiezen van de juiste woorden op papier of scherm. Deze zijn namelijk altijd terug te lezen en uiteindelijk door iedereen anders te interpreten.

 

Ongenuanceerd

Hoe moet dat zijn voor al die collega's binnen de Nationale Politie? Voor al die collega's in achterstandsbuurten wier klantenkring voor een groot deel bestaat uit jongeren met een islamitische achtergrond? Diezelfde groep die hen tijdens het werk uitscheldt, fysiek een aanhouding onmogelijk maakt, bedreigt en ‘afgelegd’ worden wanneer zij naar hun auto lopen? Doen zij aan zelfcensuur? Houden zij zich op het bureau in wanneer zij willen ontladen en even ongenuanceerd willen schelden over wat zij tijdens hun het werk hebben meegemaakt? Of die islamitische collega die de zoveelste opmerking moet incasseren over de ‘doelgroep’ waartoe hij behoort? Of de wijkagente die dacht een statement te maken door met een hoofddoekje de straat op te gaan? Hoe is het haar vergaan? Zal zij zich nog een keer zo duidelijk uitspreken? Of is haar deskundig de mond gesnoerd?

Zonder angst

Door de spanning rondom dit onderwerp ontstaat spanning bij mijzelf. Het gevoel dat ik op mijn goedbedoelde woorden moet letten om maar niet iemand te kwetsen. Maar juist in deze tijd van spanningen zou ik me duidelijk moeten durven uitspreken. Hardop en zonder angst iemand tegen me in het harnas te jagen.  En dat geldt zeker voor al die collega's die in de frontlinie hun werk doen. Zij voelen dagelijks de consequenties van de spanningen in de samenleving. Juist zij zouden die in alle veiligheid op het bureau moeten kunnen ventileren, zonder angst voor een onderzoek wanneer dat een keer de grens overgaat.
 

Veilige plek

Die veiligheid mis ik op sommige bureaus. Collega's durven niet meer hardop te zeggen waar ze last van hebben tijdens hun werk. Er is nagenoeg geen tijd voor een goed gesprek en reflectie terwijl juist dat belangrijk is om scherp, helder en kritisch naar je eigen optreden te kijken. Misschien is dat wel wat de NPB wil bieden. Een veilige plek kunnen zijn voor ieder lid. Waar je soms ongenuanceerd mag spuien en je even niet veroordeeld wordt om wat je roept of gedaan hebt. Waar het niet uitmaakt welke rang je hebt, waar je geboren bent, welke seksuele voorkeur je hebt, welke religie je aanhangt, etc. Voor mij is elk lid gelijk, ondanks en dankzij! Dat past ook bij het streven van de NPB om mensen met elkaar in verbinding te brengen. 
 
Wil je nog iets kwijt over dit onderwerp? Neem dan contact op met mij: [email protected]