Waarom gaat de eerste structurele loonsverhoging pas in op 1 juli 2018?

Er zijn collega’s die het onbegrijpelijk vinden dat de onderhandelaars van de bonden akkoord zijn gegaan met zes maanden zonder structurele loonsverhoging. In hun ogen is dat een bewijs van knoeiwerk of zelfs heulen met de werkgever, want het politiepersoneel heeft ‘gewoon’ recht op een loonsverhoging vanaf de eerste maand na het verlopen van de oude CAO.

Dat laatste is echter een misverstand. Politiemedewerkers hebben niet automatisch recht op een loonsverhoging vanaf de eerste maand na het verlopen van een oude CAO. Sterker nog: ze hebben niet eens recht op een CAO die in de tijd netjes aansluit op de vorige CAO.

Of een nieuwe CAO in de tijd aansluit op de vorige CAO en wanneer binnen de looptijd van de nieuwe CAO een structurele loonsverhoging begint – het zijn allemaal zaken die stuk voor stuk moeten worden afgesproken met de werkgever. Lukt het niet om daarover tot een akkoord te komen, dan kan het gebeuren dat de bestaande arbeidsvoorwaarden een bepaalde periode blijven zoals ze zijn. Dan gaan bijvoorbeeld de lonen een jaar niet omhoog.

Voor alle duidelijkheid: natuurlijk zetten de bonden altijd in op een structurele loonsverhoging vanaf het begin van de looptijd van een nieuwe CAO. En natuurlijk zal de werkgever altijd proberen een wat latere begindatum af te spreken voor deze relatief dure afspraak. Een structurele loonsverhoging is een extra kostenpost waar hij voor altijd en voor elke nieuwe medewerker aan vastzit en die de grondslag wordt voor nog meer extra kosten.

Het is echter te kort door de bocht om te beweren dat het loslaten van een structurele loonsverhoging vanaf de eerste maand van een nieuwe CAO neerkomt op het ‘beroven’ van het personeel. De taak van de onderhandelaars is te komen tot een totaalpakket aan afspraken dat voor ‘de’ politiemedewerkers zo gunstig mogelijk is. De mogelijkheden die de bonden daarbij hebben zijn afhankelijk van de sociaaleconomische en politieke situatie (welk kabinet is aan de macht; wat staat er in het regeerakkoord).

Dit keer kregen de bonden de kans – mede doordat de werkgever graag een CAO voor drie jaar wilde afspreken – om voor grote groepen collega’s gegarandeerde verbeteringen op loopbaangebied af te spreken. Verbeteringen die hen ook qua inkomen een interessant toekomstperspectief zou opleveren. In zo’n geval moet je als bonden accepteren dat je op andere punten water bij de wijn moet doen. Dat je bijvoorbeeld moet instemmen met een structurele loonsverhoging vanaf 1 juli 2018. Uiteraard meld jij dan dat je dat alleen doet als de werkgever instemt met een extra eenmalige uitkering voor de voorafgaande zes maanden.

Kort samengevat: de onderhandelaars van de bonden zijn uiteindelijk akkoord gegaan met een eerste structurele loonsverhoging vanaf 1 juli 2018 omdat daar naar hun oordeel voldoende pluspunten tegenover staan in de (tientallen) andere afspraken.

Uiteraard hebben de bonden die conclusie pas getrokken nadat ze hun best hadden gedaan om bij de werkgever voor deze CAO zoveel mogelijk extra arbeidsvoorwaardengeld los te krijgen. In eerste instantie was dat aan de onderhandelingstafel gebeurd door goede voorstellen en argumenten aan te dragen. In tweede instantie was dat gebeurd door begin juli een reeks vakbondsacties te starten met een steeds agressiever karakter, met als aangekondigd (voorlopig) hoogtepunt een driedaagse protestactie in het weekend voor Prinsjesdag.

Die is uiteindelijk afgeblazen, want onder druk van de getoonde actiebereidheid raakten de tegelijkertijd gevoerde onderhandelingen in een stroomversnelling. Het gevolg was dat sneller duidelijk werd met hoeveel extra (financiële) ruimte de werkgever nog over de brug wilde komen en op welke extra punten er daardoor nog zaken met hem vielen te doen. Dat betekende echter ook dat sneller duidelijk werd met welke harde (politieke) ondergrenzen de bonden dit keer te maken hadden.

Uiteindelijk hebben beide partijen op vrijdag 14 september hun knopen geteld en de conclusie getrokken dat in de gegeven politieke omstandigheden het maximale onderhandelingsresultaat was bereikt.

Meer over:
CAO 2018