 |
 |
| Kafka in de polder: de zaak-Spijkers |
Op 13 december 2006 werd bekend dat demissionair staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap (CDA) een bodemprocedure begint tegen journalist Alexander Nijeboer, schrijver van het boek 'Een man tegen de staat' over klokkenluider Fred Spijkers. Van der Knaap eist dat Nijeboer passages terugneemt waarin gesteld wordt dat de bewindsman de Tweede Kamer sinds november 2002 minstens twintig keer heeft voorgelogen en daarnaast tweemaal valsheid in geschrifte heeft gepleegd door brieven aan het parlement te antidateren. Nijeboer heeft sindsdien in de media laten weten dat hij elke beschuldiging kan hardmaken. In de meeste gevallen doet hij dat ook al in 'Een man tegen de staat', waarin beschreven wordt van welke wettige en onwettige middelen de Nederlandse staat zich tot op heden heeft bediend om een lastige werknemer als Fred Spijkers 'onschadelijk te maken'. Een onthutsend boek, dat de NPB zijn leden van harte aanbeveelt.
Op 14 september 1984 voert de 27-jarige Defensie-medewerker Rob Ovaa een inspectietest uit op een mortiermijn van Nederlandse makelij, de AP-23. Als de landmijn weigert te exploderen, begeeft de munitiespecialist zich buiten de schuilbunker om de zaak nader te onderzoeken. Uit observatie van de mijn wordt duidelijk dat de weigering niet veroorzaakt is door het lossschieten of knappen van de afvuurlijn, zoals een dag eerder tweemaal het geval bleek. Uiteindelijk steekt Ovaa zijn beide handen naar het explosief uit om het ontstekingsmechanisme op de safe-stand te zetten, zodat de mijn niet meer kan ontploffen. Zodra hij de AP-23 aanraakt, volgt alsnog de explosie. Ovaa is op slag dood.
Eigen schuld?
Bedrijfsmaatschappelijk werker Fred Spijkers krijgt van zijn chef de opdracht de vrouw van Ovaa te gaan inlichten en de boodschap over te brengen dat de dood van haar man zijn eigen schuld geweest is. Eenmaal ter plekke kan Spijkers dat niet over zijn hart verkrijgen. Nog geen drie maanden nadat hij bij Defensie in dienst is getreden, besluit hij de instructies van hogerhand in de wind te slaan. Een stap die bepalend zal zijn voor het verdere verloop van zijn leven.
Instructieles
In 'Een man tegen de staat' maakt Nijeboer duidelijk dat 'troubleshooter' Spijkers met name door Defensie werd ingezet om bij calamiteiten de schade te beperken, dat wil zeggen: geheime dossiers uit de openbaarheid te houden. Eén van de geheime dossiers die hij kort na zijn aantreden op zijn bureau aantrof, ging over een ongeluk dat een jaar eerder had plaatsgevonden met... een AP-23. Op 18 juli 1983 was een landmijn van dit type tijdens een instructieles ontploft in de handen van de instructeur. Daarbij waren naast de 22-jarige docent vier militairen om het leven gekomen. Elf militairen raakten gewond, waarvan twee levensgevaarlijk. Eén van de gewonden bezweek de dag na het ongeluk alsnog aan zijn verwondingen.
In zijn nawoord onderstreept Nijeboer dat de nabestaanden van de gestorven dienstplichtige militairen en de tien andere slachtoffers (voor het leven verminkt en getraumatiseerd) zijn afgescheept met € 10.000 schadevergoeding per persoon en niet hoefden te rekenen op officiële nazorg. 'Wie slachtoffer wordt van misstanden veroorzaakt door de Nederlandse staat,' concludeert Nijeboer, 'wordt door diezelfde overheid aan zijn lot overgelaten.'
'Doofpotoverleg'
Hoe dat precies in zijn werk gaat, wordt in 'Een man tegen de staat' uitgebreid beschreven. Drie dagen na het fatale ongeluk dat Rob Ovaa het leven kostte, vindt in de Haagse Prins Hendrik kazerne overleg plaats – 'doofpotoverleg' aldus Nijeboer. Tijdens de vergadering wordt vastgesteld dat 'de heer Ovaa voortreffelijk en bedachtzaam heeft gewerkt'. Over de waarschijnlijkheid van een constructiefout in de AP-23 lopen de gemoederen hoog op. 'Om het risico van een schadeclaim van de nabestaanden voor de toekomst uit te sluiten, besluit de Directeur Burgerpersoneel dat Defensie bij het standpunt moet blijven dat de omgekomen beproevingsleider onvoorzichtig is geweest en onzorgvuldig heeft gehandeld. Dan krijgen de nabestaanden er een hele kluif aan om te bewijzen dat dit niet zo is. Spijkers is woedend. Op de comissievergadering hebben de aanwezigen toch zojuist in grote eensgezindheid geconcludeerd dat Oova juist niets te verwijten viel?'
P4/85
In opdracht van minister van Defensie Job de Ruiter wordt een uiterst geheim onderzoek naar het fatale ongeval uitgevoerd, waarvan de uitkomsten worden vastgelegd in een proces-verbaal (P4/85). Nijeboer laat zien dat op het onderzoekswerk en de eindrapportage het nodige valt af te dingen. Desalniettemin bevat het document voor de zorgvuldige lezer nog altijd voldoende aanwijzingen dat de AP-23-mortiermijn technisch niet deugde en nooit toegelaten had mogen worden tot de bewapening van de krijgsmacht. 'In dat geval zou de dood van Ovaa weliswaar zijn veroorzaakt door een ongeval 'in en door de dienst' en zou het ABP de weduwe en haar gezin een maximale compensatie uitkeren, maar ook zou de kans groot zijn dat de media lucht zouden krijgen van de ondeugdelijkheid van de mijn, met alle gevolgen van dien.'
Misleiding
Nijenboer beschrijft gedetailleerd hoe het hoofd van de sectie Burgerpersoneel van de Directie Materiaal Koninklijke Landmacht er persoonlijk voor zorgde dat het ABP een misleidende versie van P4/85 ontving. 'In totaal werden door Den Bakker 21 passages in zijn geheel verwijderd, waaronder alle delen waaruit het ABP zou kunnen afleiden dat zich al in 1970 een bijna-ongeluk met de mijn heeft voorgedaan en dat destijds bij beproevingen al bleek dat de AP-23 ernstige defecten vertoonde.'
Spreekverbod
Gaandeweg deze ontwikkelingen blijft Fred Spijkers vechten voor de belangen van de nabestaanden van Rob Ovaa. 'Spijkers is vastberaden de onderste steen boven te krijgen in het AP-23-dossier en dat bevalt zijn hoogste baas geenszins.' De druppel die de emmer doet overlopen is de bereidheid van Spijkers om de weduwe van Ovaa desgewenst inzage te geven in de geheime dossiers over de dood van haar man. Als waarschuwingen en het opleggen een spreekverbod niet voldoende blijken te zijn om Spijkers 'buitenspel' te zetten, besluit de Directeur Burgerpersoneel de Marine Inlichtingendienst een onderzoek naar hem te laten instellen. 'Het onderzoek moet feiten opleveren waardoor Spijkers van spionage kan worden beschuldigd, waarna hij via de strafrechter 'onschadelijk' kan worden gemaakt,' aldus Nijenboer.
'Politieke crimineel'
Helaas blijkt de MARID Spijkers niet als een bedreiging te zien: volgens het inlichtingenrapport is er geen sprake van activiteiten waardoor hij als 'staatsgevaarlijk' kan worden bestempeld. Onverdroten wendt de chef van Spijkers zich vervolgens tot de Landmacht Inlichtingendienst (LAMID), die wel binnen de kortste keren de 'loslippigheid' van Spijkers in een dossier vastlegt, voorzien van de kwalificatie POL/CRIM. Met andere woorden: Spijkers was in de ogen van Defensie officieel een 'politieke crimineel' geworden: een persona non grata, die goed in de gaten diende te worden gehouden.
Kapotgemaakt
Dit alles speelt zich af in 1986 en bleek achteraf nog slechts het begin van een lange lijdensweg voor Fred Spijkers, die anno 2007 nog altijd niet is afgelopen. In 'Een man tegen de staat' wordt beschreven hoe Spijkers moedwillig kapotgemaakt werd door een gedwongen overplaatsing, gevolgd door een jarenlang volgehouden poging om hem arbeidsongeschikt verklaard te krijgen vanwege een persoonlijkheidsstoornis. Een verslag dat bolstaat van intimidatie en machtsmisbruik en om de haverklap je mond doet openvallen van verbazing. Een lange stoet politieke kopstukken uit de jaren tachtig en negentig passeert de revue – De Ruiter, Voorhoeve, Gmelich Meijling, De Grave, Van Hoof, Van der Knaap – en allemaal blijken ze in deze zaak vuile handen te hebben.
Valsheid in geschrifte
In de jaren negentig wordt bijvoorbeeld door meerdere vooraanstaande deskundigen aangetoond dat Defensie psychiatrische rapporten heeft gemanipuleerd om een geestelijk gezond persoon (Spijkers) te kunnen afserveren als een psychiatrische patiënt. Robert van Voren van mensenrechtenorganisatie Global Initiative on Psychiatry (GIP) schrijft Voorhoeve zelfs een persoonlijke brandbrief over de zaak: 'Wonder boven wonder heeft Fred Spijkers het vol kunnen houden ondanks de kafkaëske situtatie waarin hij verzeild is geraakt, puur en alleen omdat hij zijn geweten had gevolgd.'
In 1997 moet minister van Defensie Voorhoeve in de Tweede Kamer verantwoording komen afleggen.
'Heeft uw ministerie rapporten van psychiaters vervalst om maatschappelijk werker Fred Spijker een persoonlijkheidsstoornis toe te schrijven?' vragen de PvdA-kamerleden Valk en Zijlstra de minister op de man af.
'Nee,' antwoordt Voorhoeve ijskoud, 'de beschuldiging van vervalsing van psychiatrische rapporten door Defensie mist elke grond.'
Meer lezen over de zaak die is uitgegroeid tot Nederlands grootste klokkenluidersschandaal? Koop 'Een man tegen de staat', geschreven door Alexander Nijeboer en eind 2006 verschenen bij uitgeverij Papieren Tijger. Het boek telt 344 pagina's en is in de boekhandel verkrijgbaar voor € 20,00.
|
Overname van dit artikel is toegestaan, mits met bronvermelding.
|
| |
|