 |
|
TIJD WIJKAGENTEN OPGESLOKT DOOR NOODHULP EN ADMINISTRATIE |
In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben het instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en het onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix onderzoek gedaan de tijdsbesteding van wijkagenten. Uitkomst van het onderzoek “(Niet) voor de wijk; De tijdensbesteding van wijkagenten”, is dat wijkagenten slechts 65% van hun tijd aan de wijk kunnen besteden. De rest van de tijd wordt opgeslokt door het meedraaien van noodhulpdiensten en de noodzakelijke administratieve werkzaamheden.
Bij het percentage van 65% van de tijd gaat het ook nog eens op de zgn. netto tijd. De onderzoekers hebben de tijd die besteed wordt aan IBT, teamdagen, medezeggenschapswerk e.d al afgetrokken van de beschikbare tijd. Als gekeken wordt naar het dienstverband van een wijkagent wordt daarvan gemiddeld 56% besteed aan het wijkgerichte werk. De norm is dat de wijkagent 80% van de netto tijd in de eigen wijk werkzaam moet zijn.
Roosterproblemen noodhulp
Volgens het onderzoek gaat het wijkagenten niet lukken om meer dan tweederde van de tijd aan wijkgerelateerde werkzaamheden te besteden zolang de roosterproblemen bij andere politieonderdelen in de basispolitiezorg niet worden opgelost. Wijkagenten springen regelmatig bij in de noodhulp en bij toezicht en handhaving buiten de eigen wijk om daar de roosterproblemen op te vullen. De roosterproblematiek wordt veroorzaakt door de bekende personeelskrapte en doet zich vooral voor tijdens de avond, nacht en weekenddiensten. Wijkagenten worden structureel voor deze diensten ingeroosterd. De onderzoekers doen dan ook de aanbeveling om de capaciteit voor de basispolitiezorg integraal te bekijken. Meer wijkagenten aanstellen binnen de bestaande capaciteit is niet de oplossing. Je haalt zo de wijkagenten bij andere afdelingen vandaan waardoor daar de krapte blijft bestaan en wijkagenten zullen moeten blijven bijspringen op andere afdelingen. Versterking van de noodhulpcapaciteit kan uitkomst bieden.
Vakmanschap
Er moet meer geinvesteerd worden in het vakmanschap van de wijkagent. Hiervoor is niet voldoende aandacht waardoor de wijkagenten het gevoel hebben niet over voldoende vaardigheden te beschikken om het werk van wijkagent goed te kunnen uitoefenen en waardoor ze ook niet genoeg inzicht hebben of ze hun werk wel goed doen. Dit vereist dus de benodigde scholing die vanuit de Korpsen aangeboden zullen moeten worden.
De wijkagenten ervaren niet altijd dat het korps de functie van wijkagent daadwerkelijk belangrijk vinden. Ondanks dat algemeen wordt erkend dat het gebiedsgebonden werken essentieel is gaan de andere taken zoals de noodhulp, de toezicht en handhaving en ook inzet bij evenementen vaak voor. Wijkagenten kunnen niet ongestoord hun rol als wijkagent vervullen.
Administratieve druk
De wijkagenten zijn veel tijd kwijt met de noodzakelijk administratieve verwerking van gegevens. Ze hebben bij de verwerking van gegevens zoals het registreren maar ook opvragen van gegevens weinig hulp, ze doen dit veelal zelf. Hierdoor kunnen ze minder tijd besteden aan het daadwerkelijke wijkwerk. Een complicerende factor daarbij is het arbeidsintensieve en slecht toegankelijke BVH. Er gaat in relatief eenvoudige registratiewerkzaamheden onredelijk veel tijd zitten. Gevolg hiervan is dat wijkagenten soms afzien van registeren wat de Informatiegestuurde Politie weer ondermijnt.
Loyale medewerkers
Ondanks de druk en inbreuken op de functie van wijkagent concluderen de onderzoekers dat ze zich hiertegen niet snel verzetten. Vaak uit loyaliteitsoverwegingen want “je laat je collega’s toch niet zakken”. De wijkagenten gaan verschillend om met de druk op hun functie. Er zijn wijkagenten die de inzet in andere onderdelen en de administratieve druk ondergaan, ze doen hun best. Anderen maken weer gebruik van de schaarse capaciteit die toch nog te vinden is in het korps en zetten dit in voor hun eigen wijk.
De conclusies dat de wijkagenten veel worden ingezet om de gaten te vullen die vanwege krapte in andere onderdelen in de basispolitiezorg zijn ontstaan verbazen de NPB niet, net als de onevenredige tijd die aan administratieve werkzaamheden wordt besteed. Wij hopen dan ook dat de minister de aanbeveling dat de noodhulpcapaciteit versterkt moet worden ter harte neemt en niet het ene gat met het andere blijft opvullen. Daarnaast zullen wij blijven benadrukken dat er keuzes gemaakt zullen moeten worden als het gaat om de inzet van de sterkte. Zolang de capaciteit niet opgehoogd wordt zal nagedacht moeten worden over de uit te voeren taken, denk daarbij aan de ongebreidelde inzet tijdens evenementen.
|
| Klik hier voor het rapport (Niet) voor de wijk |
| Klik hier voor de reactie van de Minister |
 |
|